Autovisie
Autovisie Nieuws 19 jan 2021

Retro-revival: waarom klassieke looks nu zo populair zijn

Renault verraste vorige week door een moderne interpretatie van het beroemde Vijfje te laten zien. Toch zijn de Fransen zeker niet uniek met zo’n retro-auto, want dat is momenteel bijna eerder regel dan uitzondering. Waarom?

Het bouwen van een retro-model is een kunstje dat de autowereld al veel langer beheerst. Iedereen kent de Mini Cooper en Fiat 500: auto’s die in de vorige eeuw uitgroeiden tot iconen en net na de eeuwwisseling als moderne herinterpretaties de automarkt opnieuw veroverden. Tal van autofabrikanten haalden de laatste jaren zo’n zelfde truc uit. Denk aan bijvoorbeeld de Beetle van Volkswagen, de GT van Ford en de A110 van Alpine. Auto’s met een klassieke jas, maar met moderne techniek.

Citroën 2CV

Waarom vinden we zo’n retro-auto gaaf? Iedereen heeft waarschijnlijk wel herinneringen bij een Citroën 2CV, een Fiat 500 of Volkswagen Kever. Moderne varianten van die auto’s roepen emoties op. Bovendien zijn ze nog steeds aaibaar, maar ook iets groter, comfortabeler en een stuk veiliger.

Alpine A110
De Alpine A110 uit 2017 is de moderne opvolger van de legendarische A110 uit de vorige eeuw.

De komst van de elektrische auto zorgt ervoor dat we nu in een ware vloedgolf van retro-modellen zijn beland. Die markt heeft ze namelijk harder dan ooit nodig. Elektrische auto’s zijn onderhuids heel universeel: de techniek die fabrikanten over de hele wereld gebruiken, is in grote lijnen identiek. Automerken gebruiken steeds vaker één platform met één type aandrijflijn, die op het gebied van formaat en vermogen wel modulair zijn. Een EV kan zich niet onderscheiden met een dikke V8 of roffelende driecilinder en over het algemeen is ook het rijgedrag tussen een hoop verschillende modellen niet heel anders meer.

Emoties

Daarom moet de elektrische auto alles uit de kast trekken om indruk te maken. Door terug te vallen op legendarische modellen van vroeger en retro-looks te gebruiken, spelen ze in op de emoties van mensen die zo eerder geneigd zijn toch een dure en op sommige punten belemmerende elektrische auto te kopen.

Honda e

De Honda e die we nu een jaar kennen, is er een goed voorbeeld van. Het elektrische stadsautootje blinkt zeker niet uit door z’n actieradius of prijs, maar wél door de gave retro-looks. Binnenkort verschijnt de Ioniq 5 van Hyundai. Hoewel de Koreanen geen rijke Europese autohistorie hebben, grijpt die elektrische crossover terug naar de fraaie Pony Coupé conceptcar uit de jaren ’70 en onderscheidt het model zich door middel van z’n unieke uiterlijk.

Mustang

Ford plakte, tot veel frustratie van liefhebbers, zelfs de legendarische Mustang-naam op de grote, elektrische crossover Mach E. Die spreekt daardoor tóch een heel ander en groot publiek aan en blijkt een schot in de roos. Vandaar dat ook Chevrolet volgens geruchten van plan is om in 2025 een elektrische SUV met de net zo legendarische Corvette-badge op de markt te brengen. Bovendien overstijgt die retro-trend de markt voor personenauto’s, want ook commerciële voertuigen gaan met het concept aan de haal. Volkswagen speelt al ruim twintig jaar met het idee om de originele Microbus middels een moderne herinterpretatie te laten voortleven. De ID.Buzz (de naam is nog niet definitief) verschijnt binnenkort als elektrische bestel-, bedrijfs- en personenbus op de markt en moet daar een ware revolutie veroorzaken.

Voor Renault smaakt de nieuwe 5 ook naar meer, want binnenkort stoft het nóg een legendarische typenaam af. De wereldberoemde Renault 4 maakt zich namelijk ook op voor een moderne reïncarnatie. Of het een positieve ontwikkeling is? Waarschijnlijk wel, want dit soort retro-auto’s zorgen ervoor dat mensen die ’t kunnen betalen, graag in zo’n kekke elektro-auto rond willen rijden. Als de vraag en verkopen van elektrische auto’s stijgen, wordt de ontwikkeling ervan versneld en dalen de prijzen. Dan is er over een tijdje weer ruimte om weer compleet nieuwe, aantrekkelijke én originele elektro-auto’s te maken.