Hoe leuk kan een elektrische auto zijn? – Tesla Model 3 Performance vs. BMW 430i M

Dat de Tesla Model 3 Performance met Track Mode v2 snel is, weten we. Om te ontdekken of hij ook écht leuk is om te rijden, mag hij bewijzen tegenover de nieuwe BMW 430iA.

Van de Tesla Model 3 Performance weten we sinds de confrontatie met de Alfa Romeo Giulia Q van vorig jaar dat het een serieus snelle auto is. Maar ook weer niet. Want de Tesla is nog altijd niet in staat om zijn maximale snelheidspotentieel voor langer dan één ronde op een circuit te handhaven, voordat de remmen zodanig oververhit raken dat verder rijden onverantwoord is. Ook is duidelijk merkbaar dat de prestaties van de aandrijflijn zienderogen terugnemen als het accuniveau onder de helft komt.

Eye-opener

Maar de vernieuwde ‘v2’ Track Mode sóftware was een ware eye-opener. Die stelt je in staat om de gedragingen van de auto zeer verregaand naar eigen smaak in te stellen. Tijdens het uitproberen van de verschillende settings kwamen we er spelenderwijs achter dat de setting met zoveel mogelijk naar achteren, gecombineerd met maximale regeneratie en minimaal ESP, een waar fuifnummer c.q. driftmonster in de Tesla schuilt. Een volwaardige track tool is het dus bij lange na nog niet, maar is de Model 3 Performance qua rijden wel een auto waar het liefhebbershart sneller van gaat kloppen?

Eén auto waarvan we sinds kort weten dat zulks zeker het geval is, is de BMW 4-Serie. In navolging van de 3-Serie waarop hij gebaseerd is, eindelijk weer een BMW die het Beiers vlaggetje op de neus in alle opzichten waard is. De eerste kennismaking met de 440i was liefde op het eerste gezicht en wekte nieuwsgierigheid naar hoe goed de Vier zou zijn met achter- in plaats van vierwielaandrijving en een lichtere vier- in plaats van zescilinder in de neus. Hoewel de M440i met zijn 378 pk qua vermogen een betere match is voor de Tesla met circa 460 pk, zit een 430i met de nodige M Performance goodies qua prijs meer in het straatje van de Model 3 die zoals gereden 68.895 euro kost.

M Performance

Zowel optisch als technisch is de 4-Serie wat ons betreft op z’n best met alle M Performance spullen erop en eraan. Qua onderstel beperken de verschillen zich namelijk niet louter tot de veren en dempers, maar zelfs de geometrie is anders om er de best mogelijke stuurmansauto van te maken. Eentje die hopelijk zo goed is dat je genoeg hebt aan de 258 pk en 400 Nm van de tweeliter viercilinder turbo onder die lange motorkap.

Daarmee laat de aandrijflijn in zekere zin een wat steriele indruk achter, anderzijds kom je met een 0-100 tijd onder de zes seconden en een begrensde top van 250 km/h ook niet echt iets tekort. Waar het bij dit apparaat om draait zijn het onderstel en de besturing. De 4-Serie is een klassieke fun-auto met zo’n uitgekiende balans en wegligging dat je er niet gauw mee uitgespeeld raakt. Wat kan een EV daar tegenover stellen?

Zielloos?

Zielloos als je een elektrische auto misschien mag vinden, al bij de eerste keer insturen voel je in de Model 3 het enorme voordeel van een laag zwaartepunt zoals elke auto met een groot accupakket in de vloer heeft. En het effect van 100 procent achterwielaandrijving met zoveel vermogen en relatief smalle achterbanden laat zich raden. In rechte lijn blijft de voorste motor overigens gewoon meedraaien voor maximale acceleratie, maar zodra je begint met insturen is er echt nadrukkelijk het gevoel van een achterwielaangedreven auto. En dan eentje met onnoemelijk veel trekkracht vanaf stilstand, één versnelling die zich uitstrekt van nul tot 260 km/h en achterbanden die slechts 235 millimeter breed zijn op de achteras.

Tel daarbij op dat het lage zwaartepunt beide achterbanden netjes op de grond houdt, en je kunt je voorstellen dat de Model 3 Performance in de Track Mode een ontketend driftmonster is. Kijk de video om te zien met welke van deze twee Performance-modellen je uiteindelijk het meeste lol kunt trappen.