Waarom deze Nederlandse auto de Audi-vijfcilinder kreeg | Sjoerds Weetjes 517
Met de komst van de P24 RS hangt er voor het eerst een zespitter in een Donkervoort. Het is een stap die het einde van de legendarische vijfcilinder turbomotor betekende. In Sjoerds Weetjes 517 blikt Sjoerd van Bilsen terug op de introductie van de potente vijfpitter. Want hoe kwam de turbomotor in de lange neus van de Nederlandse roadster terecht?
Alweer een jaar of vijftien geleden verraste Donkervoort vriend en vijand door de GTO te presenteren. De nieuwe roadster, die door de een D8 GTO en door de ander GTO wordt genoemd, vormde een revolutie in de geschiedenis van Donkervoort.
Donkervoort met viercilinder
Jaren kwam Donkervoort in zijn productiemodellen met een viercilinder aan de start. En plots koos de Nederlandse sportwagenbouwer voor een vijfpitter, nota bene de legendarische krachtcentrale van Audi die meermaals tot ‘Engine of the Year’ werd uitgeroepen. Donkervoort koos voor een radicaal andere auto. Het lieve karakter van de Brits georiënteerde roadster maakte plaats voor een agressiever ogende tweezitter, waarvan de basis door de eerste coupé van het merk werd gelegd, de D8 GT.
Google-moeder importeert 3.200 stuurloze Chinese robotaxi’s, ondanks giga-importheffing
Maar waar die GT een nieuwe koets op basis van de bekende buizenframe kreeg, daar vormde bij de GTO de motor het uitgangspunt. Donkervoort mocht bij hoge uitzondering van Audi de vijfcilinder turbomotor gaan gebruiken in zijn sportwagens. Met de afwijkende lay-out en constructie, werd Donkervoort genoodzaakt een nieuwe model rond de krachtbron te ontwikkelen. En zo ontstond de D8 GTO als opvolger van de door een viercilinder aangedreven D8.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.autovisie.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2016%2F10%2FSjoerd-van-Bilsen.jpg)