Mercedes-Benz wilde eigenlijk meedoen aan het WK rally, maar door omstandigheden werd er toch gekozen voor de DTM. Deze Mercedes-Benz 190 E 2.3-16 was de homologatie-versie van de racewagen die daar ingezet werd. Peter neemt je mee in deze klassieker in deze nieuwe aflevering van Peters Proefrit.

Abonneer je gratis op Autovisie YouTube

Mis geen enkele video van de makers van Autovisie!

Join!

Mercedes-Benz wilde het imago van zijn eerste compacte sedan een sportieve boost geven door deel te nemen aan het WK rally. De Britse tovenaars van Cosworth kregen begin jaren tachtig dan ook de opdracht van Mercedes om een atmosferische viercilinder met 320 pk te maken. Tijdens die ontwikkeling veranderde de rallysport echter ingrijpend. En voorgoed. Audi verpulverde de concurrentie met de vierwielaangedreven Quattro en Mercedes-Benz trok zich nog vóór de start terug. Ze verkoos daarna het DTM als podium om zijn nieuwe ster op te laten schitteren.

Gietijzeren M102-motor

De racers moesten gebaseerd zijn op een straatauto en dat werd deze 190 E 2.3-16. In 1984 kwam deze homologatiespecial op de markt en hij werd doorontwikkeld tot de ruig bespoilerde Evo II waarmee Klaus Ludwig zich in 1992 tot DTM-kampioen liet kronen. Het begon echter met deze 2.3-16 die alleen in dit Rauchsilber en in Blauschwarz werd geleverd. Onder de motorkap de gietijzeren M102-motor uit de gewone 190-modellen, maar Cosworth smeedde de lichtmetalen kop met zestien kleppen. Daardoor stegen de prestaties naar 185 pk en 235 Nm. Verder heeft hij een mechanisch sperdifferentieel, een strakker onderstel, een directere besturing en hydropneumatische niveauregeling op de - voor die tijd - innovatieve multi-link achteras.

Start de viercilinder, klik de pook van de dogleg vijfbak linksonder in de eerste versnelling en laat de koppeling snel opkomen als het denkbeeldige startlicht uitgaat. Er is weinig fantasie voor nodig om spiegel aan spiegel met een BMW M3 en Sierra Cosworth naar de eerste bocht te razen. De schorre inlaatronk en rauwe uitlaatbrul vullen het interieur. De viercilinder is soepel en naarmate de toerennaald klimt, blijft de acceleratiekracht toe tot aan 7000 omwentelingen per minuut. Voor je het weet gaat het alleszins hard.

Geleidelijk over in overstuur

Remmen, twee versnellingen terug en insturen. De besturing is wollig rond de middenstand, maar herpakt zich bij meer stuuruitslag met gevoel en precisie. Vervolgens rolt en draait de neus gedoseerd naar binnen, terwijl de stijve kont direct volgt. De voortrein bijt zich vast en de rechtervoet tast de grip van de achteras af. Eerst een paar verkennende stootjes en dan vol gas. Stabiel volgt hij de koers om tenslotte over de voorwielen weg te glijden. Gas erbij om dat te corrigeren en hij gaat geleidelijk over in overstuur bij het uitkomen van de bocht. De sliphoek laat zich bijna per graad verstellen met het gas en bouwt zich in slowmotion op door de royale koetsbewegingen en het vervormen van de bandwangen.

De BMW M3 mag feller en agressiever zijn; deze Benz is minstens zo snel en goed in balans. Hij kost bovendien een schijntje in vergelijking met zijn aartsrivaal en dan heb je ook gewoon een hoofdrolspeler uit de gloriedagen van het DTM. Autobedrijf van de Heg in Zwartebroek organiseert medio november een veiling met meer van dit soort sterren en vraagt 21.000 euro voor dit exemplaar. Wie wordt de nieuwe Klaus Ludwig?