Met de Veyron zorgde het Volkswagen-concern voor de terugkeer van Bugatti, maar voordat de Veyron en de latere Chiron er kwamen, was er in Italië al een poging ondernomen om het legendarische Franse merk nieuw leven in. Dat was in 1991. Autovisie-redacteur Sjoerd van Bilsen stelt die EB110 genaamde sportwagen aan je voor.

Abonneer je gratis op Autovisie YouTube

Mis geen enkele video van de makers van Autovisie!

Join!

Het was halverwege de jaren negentig dat het nieuw opgerichte Bugatti International de merkenrechten voor een onbekend bedrag overnam van Messier-Hispano-Bugatti, een zusterbedrijf van het Franse staatsbedrijf Snecma. Onder de holding vielen twee bedrijven, Bugatti Automobili met 65% van de aandelen in handen van een Luxemburgse firma en 30% bij de Italiaanse familie Artioli. De tweede onderneming is Bugatti Expo, waarin Bugatti International 30% van de aandelen en de familie Artioli de resterende 70% bezit. De familie Artioli, groot geworden met de import en verkoop van Suzuki, Subaru, Opel, Lotus en Ferrari in Europa. Laatstgenoemde automerk raakte zij direct kwijt toen bleek dat de familie achter Bugatti zat.

Geen Molsheim

In 1991 opende de fabriek in het Italiaanse Campogalliano, gelegen tegen Modena. Geen Molsheim in Frankrijk dus, waar grondlegger Ettore van het legendarische Bugatti-merk was gevestigd. Het management koos voor een fonkelnieuwe fabriek in Supercar Vally, waardoor het over meer technische mensen kon beschikken dan in de Elzas. In 1991, nota bene op de 110e geboortedag van Ettore Bugatti werd de sportwagen gepresenteerd, de EB110. De supercar kwam er als GT en als 200 kg lichtere en 50 pk sterkere Supersport. Ondanks dat er zich 500 potentiële kopers aandiende, werden de geplande productiecijfers nooit gehaald. In 1995 werd het bedrijf failliet verklaart. Drie jaar later kocht Volkswagen de merkrechten. Een opvallend feit, Romano Artioli bezocht pas afgelopen januari (dus 21 jaar nadat Volkswagen Bugatti verwierf!) voor het eerst de fabriek in Molsheim.

Centodieci

In het Italiaanse Campogalliano staat nog altijd de oude faciliteit van Bugatti Automobili. Volledig uitgestorven, maar niet zonder ziel. De beheerder verwelkomt jaarlijks zo’n tweeduizend geïnteresseerden in de architectonische fabrieken. Met de hedendaagse productie van de Bugatti-sportwagen is er geen band, maar toch werd de preview van de fonkelnieuwe en gelimiteerde Centodieci in de leegstaande faciliteit gehouden. Het was voor het eerst sinds 1995 dat er weer Bugatti’s in de showroom stonden.