Peter Hilhorst
Peter Hilhorst Test 23 mei 2021

Volkswagen Golf Variant vs. Hyundai i30 Wagon: welke moet je kiezen?

De nieuwe Volkswagen Golf Variant is wederom hét voorbeeld van een middenklasse stationwagen. Niet te opvallend, ruim, comfortabel en schappelijk geprijsd. Exact de positionering die Hyundai met de vernieuwde i30 Wagon voor ogen heeft. In de huidige Autovisie gaan ze de strijd aan met elkaar.

Fotografie: Martijn Bravenboer

Geen zwart, grijs of wit maar in het verstandige segment gewoon zowaar een gedurfde primaire kleur. En ze kunnen het goed hebben. Hyundai levert zijn i30 Wagon uitsluitend als milde hybride en in dit geval is dat de 1.5 T-GDI 48V N-line Sky met automatische transmissie voor 37.695 euro. Dat betekent 160 pk en 253 Nm uit een 1,5-liter turbomotor die ondersteund wordt door een oversized startmotor/generator in combinatie met een 48-voltaccu. De Volkswagen Golf Variant 1.5 eTSI R-Line Business is voorzien van een vergelijkbare mild-hybride unit als de i30. Met dezelfde missie om de 1,5-liter viercilinder met in dit geval 130 pk en 200 Nm frequenter uit te zetten en zijn acceleratie-inspanningen te verminderen. Deze uitvoering kost met automatische zevenbak 40.690 euro.

Verlengde wielbasis

De oplettende of goed geïnformeerde lezer ziet de vijf centimeter grotere wielbasis van de Golf Variant ten opzichte van de 5-deurs versie, terwijl de afstand tussen beide assen bij de i30 gelijk is aan die van de hatchback. Dat komt bij de Volkswagen ten gunste van de achterste inzittenden. De Golf Variant is door zijn verlengde wielbasis enorm ruim. Tussen de voorstoelen en de achterste zitplaatsen is er tien centimeter meer speling dan in de i30. Bovendien staat de achterbank in de Volkswagen onder een grotere hoek, heeft die een langere zitting en meer vorm. Achterin in de Hyundai is het niet slecht, want er is voldoende beenruimte. Maar deze stretched Golf is op dit gebied van de buitencategorie.

Zeilen

De 1.5 eTSI van de Volkswagen kan wat fel zijn en hij loeit hoog in het toerenbereik, maar de souplesse is toereikend. De prestaties ook, want hij sprint in iets minder dan tien tellen naar 100 km/h. Overigens laten de milde hybride componenten zich nog wel voelen in het rempedaal als je zachtjes vertraagt door de dan kunstmatige tegendruk. In de i30 is de hulp van de gevoelsmatig krachtigere starter duidelijker aanwezig en dan vooral door de vloeiende manier waarop hij van zijn plek komt. Er is meer koppel en dat bouwt zich ook rustiger op. Hij haalde in 9,2 seconden 100 km/h en wist op de tussenacceleraties de Golf (net) af te troeven.

Laag schuim

Volkswagen monteert op de R-Line een verlaagd sportonderstel met stuggere veren om hem daadwerkelijk een strakker rijgedrag (en betere stance) te geven dan de gewone versies. Je merkt dat er meer veerspanning in de ophanging zit als je op een slechte weg rijdt zonder dat je zit te stuiteren in de stoelen. Maar de achterzijde is onbeladen aan de harde kant. Drempels pakt hij wel vloeiend, maar op korte oneffenheden is de achteras onrustig. Bij de i30 moet u ook geen wonderen verwachten van de uitvoering N-Line. Hyundai monteert zelfs gewoon het basisonderstel en hij heeft tijdens normaal gebruik gevoelsmatig een prettig laagje schuimrubber in het onderstel. Hij is veel softer geveerd aan met name de achterkant dan de Golf en zijn dempers hebben een fijn karakter. Niet week, wel soepel. Dat zorgt voor een comfortabele rij-ervaring en hij gaat erg goed over drempels heen. Met meer souplesse dan de Golf.

Benieuwd naar het hele verhaal? Lees de complete test én het eindoordeel in Autovisie 10 die nu in de winkel ligt. Liever een voordelig digitaal abonnement? Hier lees je er meer over.