Vijf redenen waarom we 25 jaar geleden de Porsche Boxster kregen

De Porsche Boxster viert dit jaar z’n vijfentwintigste verjaardag. In Autovisie Magazine, dat nu in de winkels ligt, lees je alles over het ontstaan van de inmiddels iconische tweezitter.

Inmiddels zijn we al aangekomen bij de vierde generatie van de Boxster, terwijl we het model pas sinds midden jaren 90 kennen. Hoewel de roadster nu niet meer weg te denken is uit het Porsche-gamma, was z’n komst verre van gemakkelijk. In ons magazine lees je een uitgebreide reportage, waarin we in gesprek gaan met Grant Larson en Horst Marchant: twee sleutelfiguren in de ontwikkeling van het model. We geven je vijf redenen waarom de Porsche Boxster in 1996 verscheen op de manier zoals-ie deed.

1. Financiële problemen

Porsche is al decennia lang een van de bekendste automerken van de wereld, maar dat betekent niet dat de zaken altijd goed zijn gegaan. Begin jaren 90 zag Porsche de verkopen flink teruglopen. Er moest dus iets nieuws ontwikkeld worden. Er lagen allerlei plannen op tafel, maar uiteindelijk kwam het bestuur tot de conclusie dat er een open tweezitter moest komen.

2. Porsches waren te duur

Tegelijkertijd waren de auto’s die Porsche maakte in die tijd, veel te duur. Het bood de 928 aan, die verouderd en te duur was, en de 944, die niet verkocht. De Porsche 911 993 was eigenlijk het enige model dat nog wél aardig verkocht, maar die auto was veel te duur. Porsche moest niet alleen met een nieuw model komen, maar óók met een betaalbare auto. Dat werd de Boxster.

Winterpret in zomerkleding: Porsche Boxster GTS 4.0 vs. Jaguar F-Type Convertible

3. Nieuwe 911 in de maak

Maar omdat Porsche al aardige financiële problemen had, moest het op creatieve en vooral efficiënte wijze een nieuw model ontwikkelen. Dat is immers erg kostbaar, dus was het van belang om veel techniek met andere modellen te delen om de ontwikkelingskosten zo laag mogelijk te houden. Daarom koos het ervoor om de Boxster samen met de nieuwe 911, de 996, te ontwikkelen. Het plan was om minstens 30 procent van de onderdelen uitwisselbaar te maken voor beide auto’s, om kosten te besparen.

Vijf redenen waarom je (niet) een tweedehands Porsche 911 996 moet kopen

4. Bekende neus

En dus zul je nu ook begrijpen waarom de Porsche Boxster en 911 996 zo erg op elkaar lijken. Tenminste, als je ze recht van voren ziet. Vroeg in het ontwikkelingsproces, toen werd besloten dat veel onderdelen voor beide modellen uitwisselbaar moesten zijn, bepaalde Porsche namelijk al dat beide auto’s een identieke neus moesten krijgen.

5. Minder vermogen

Even dachten de ingenieurs van Porsche erover om de Boxster een viercilinder te geven, maar daar was een aantal hoge heren uiteindelijk toch niet van gecharmeerd. En dus kreeg de Boxster, opnieuw in het kader van kostenbesparing, dezelfde motor als de 911: een watergekoelde zescilinder boxermotor. Maar er was een probleem. Omdat de Boxster lichter was dan de 911 en een betere gewichtsverdeling had door het middenmotorconcept, zou de goedkopere open tweezitter veel sneller worden dan de duurdere 911. En dat mocht natuurlijk niet gebeuren, want de 911 is hét model voor Porsche. Dus kozen de ingeneurs ervoor om de cilinderinhoud van de Boxster-motor te verkleinen. Vandar dat de M96-motor in de Boxster een cilinderinhoud van 2,5 liter en 201 pk heeft, tegenover 3,4 liter en 296 pk voor de standaard 911.

Winterpret in zomerkleding: Porsche Boxster GTS 4.0 vs. Jaguar F-Type Convertible

Autovisie Magazine

Er is nog véél meer te vertellen over de bijzondere Porsche Boxster. Over hoe het complete design tot stand kwam, welke aanpassingen aan het studiemodel werden gedaan en welke verantwoordelijkheden en druk de ingenieurs van Porsche destijds voelden. Wil je alles weten over de eerste generatie van de Boxster, lees dan verder in Autovisie Magazine. Je vindt ons in de winkel, maar kunt ook digitaal ons magazine lezen. Een voordelig abonnement sluit je via deze link af.