Covermodel: de Opel Commodore zegt vaarwel tegen het oubollige imago

Anders dan 40 jaar geleden zit wintersport voor de meesten van ons er even niet in. Dan maar wegdromen bij het après-skitafereel op de cover van Autovisie 2 uit 1971 met op de voorgrond een van de coolste Opels ooit, de Commodore.

Ons covermodel is de coupéversie, die met zijn fast-backlijn, ontbrekende B-stijl en coke bottle-flanken zo uit de ateliers van GM in Detroit lijkt te zijn weggereden. De wieldoppen liggen vanwege het weer waarschijnlijk in de kofferbak. In de grille het rode GS-logootje, wat staat voor de op één na sterkste versie met 130 pk sterke 2.5 zespitter en twee carburateurs onder de kap. Een zes-in-lijn is altijd standaard, in grootte variërend van 2,2 tot 2,8 liter.

GS/E

De snelle, 150 pk sterke GS/E heeft zelfs elektronische brandstofinjectie en is de eerste op de markt met dit systeem. De Commodore (‘A’, naar goed Opel-gebruik worden de generaties met een letter aangeduid) is sinds 1967 op de markt en blijkt commercieel een schot in de roos. De sportievere koers die Opel is gaan varen, werpt zijn vruchten af. In feite is het niets meer dan een upgrade van de zescilinder Rekord, die al na één productiejaar komt te vervallen. De remmen worden aangepast en de versnellingshendel verhuist van de stuurkolom naar de vloer. Opel heeft er wel een handje van om dezelfde modellen met andere uitrusting onder verschillende type-namen uit te brengen, denk aan de grote Kapitän/Admiral/Diplomat-reeks, of de Kadett/Olympia-serie lager in de markt.

Naast de coupé zijn er twee- en vierdeurs Commodores gebouwd, en Opel heeft een blauwe maandag met het idee van een stationwagon (Voyage) gespeeld. Die kwam pas in 1980, aan het eind van de derde generatie; de coupé is dan allang door de Monza vervangen. De naam Commodore is overigens voor kenners synoniem aan de grote Holdens from down-under. De link met Opel is duidelijk, minder bekend is dat de Aussies pas de derde generatie Commodore (C) adopteerden en de naam tot vorig jaar gebruikten. Opel zelf stopt in 1982 met de Commodore, het model wordt vervangen door een 2,5-liter versie van de grotere Senator.

Aanbod en prijzen

Het Commodore A-aanbod op de Nederlandse occasionsites is verbazend klein. Zoals bij de meeste oude Opels is een restauratie vaak niet rendabel, met als gevolg dat het gros tot de draad is opgereden. In die categorie duikt een stevig gepatineerde sedan uit 1967 op, vraagprijs 3500 euro. Een voor de hand liggende zoektocht bij onze oosterburen levert ook geen resultaat op, maar in Italië vinden we voor 15 mille een fraai gerestaureerde 2500 coupé. Waarschijnlijk circuleren de goede auto’s in het club-circuit; het kan slim zijn om daar een zoekopdracht uit te zetten.

Commodore Coupé 2.5 GS

  • bouwjaar: 1971
  • nieuwprijs (1970): fl. 13.900,– (€ 6308,–)
  • gemaakt van/tot: 1967-1971
  • topsnelheid: 182 km/h*
  • acceler. 0-100: 11,2 s*
  • gem. verbruik: 1 op 6,8*
  • motor: zes-in-lijn, 2490 cm3
  • max. vermogen: 130 pk/5300 min-1 max.
  • koppel: 186 Nm/4000 min-1
  • transmissie: 4-traps handgesch., achterwielaandr.
  • massa leeg: 1200 kg

*Alle gegevens zijn fabrieksgegevens

Opel Commodore