De perfect gesynchroniseerde slagenwisseling in Subaru’s boxermotoren duurt al ruim een halve eeuw voort.  Een mooi moment voor alle hoogtepunten uit vijftig ronkende jaren. In Autovisie magazine nummer 16 brengen we een bijzondere mix aan Subaru's samen.

Reportage Subaru - Autovisie nummer 16 - 1 - Autovisie.nlReportage Subaru - Autovisie nummer 16 - 1 - Autovisie.nl


Niets is perfect. Maar we kunnen ons best doen om bij perfectie in de buurt te komen”, spreekt Shinroku Momose zijn jonge team toe in de krochten van de Gunma-fabriek waar ‘No. 1 ingenieurs departement’ huist. Het is halverwege de jaren 60 als men bij Subaru druk bezig is met de opvolger van de 360 – de eerste auto van het merk. De voormalig marineofficier en geschoold luchtvaartingenieur is aangewezen als projectleider, omwille van zijn uitmuntende technisch inzicht en leiderschap. “Veel mensen hebben de afgelopen jaren in onze 360 gereden, dat is de ultieme beloning voor ons ingenieurs. Maar nu is de tijd rijp voor iets nieuws. Iets wat nog beter is.” De voor Japanse begrippen lange Momose was niet alleen vanwege zijn uitmuntend technisch inzicht en onstilbare honger naar perfectie de juiste man om de ontwikkeling van de Subaru 1000 te leiden. Momose had niet de illusie de waarheid in pacht te hebben, en stond open voor alle suggesties van zijn mannen, zo lang het resultaat maar zo goed mogelijk was. Daarom formuleerde hij de eigenschappen waaraan de nieuwe krachtbron moest voldoen, en heette hij alle ontwerpvoorstellen welkom. Zijn wijze woorden, die nu nog nagalmen in de fabrieken van Subaru, waren: “Je zult het nooit weten, als je het niet uitprobeert.” Uiteindelijk bleek alleen een viercilinder boxermotor in staat om de torenhoge eisen van Momose te vervullen. De EA-serie was geboren.

Onconventioneel

In mei 1966 maakt ‘zijn’ 1000 z’n debuut op de markt. Een sedannetje met voor die tijd typisch Japanse proporties, maar een onconventionele 55 pk boxer-vier van nét geen liter groot die de voorwielen aandreef. Alsof de ongebruikelijk lay-out nog niet genoeg was, stond Momose erop dat de EA52 zou worden uitgevoerd in het destijds peperdure aluminium, om daarmee het zwaartepunt en totale gewicht nog verder te verlagen. Klaar om de wereld te veroveren was de Subaru 1000 nog niet, maar hij vormde wel de blauwdruk voor vrijwel alle Subaru’s die in de vijftig jaar erna zouden volgen. Commercieel overzees succes bereikte Subaru pas met de opvolger van de 1000: de Leone die vanaf halverwege de jaren 70 voet aan de grond zette in Nederland. Ook de Leone was aanvankelijk voorwielaangedreven (hoewel later een 4WD stationwagonuitvoering werd gebouwd die Subaru’s liefdesrelatie met aandrijving op alle wielen zou doen ontvlammen) met een boxermotor in de neus. Terwijl andere automerken hadden besloten dat de voordelen van een boxer (laag zwaartepunt, aandrijfassen van gelijke lengte, soepele loop) in de meeste gevallen niet opwogen tegen de nadelen (o.a. een dubbele kop met nadelen op het gebied van verbruik, smering, onderhoud en productie), bleef Subaru geloven in de toegevoegde waarde van een platte motor. Lees het complete verhaal nu in Autovisie magazine editie 16. Verkrijgbaar vanaf donderdag 28 juli.

Lees Autovisie magazine digitaal

De nieuwste editie van Autovisie Magazine is vanaf donderdag 28 juli ook te downloaden via de Autovisie magazine app of via de Android app. Digitale edities van het magazine zijn gratis te lezen voor Autovisie-abonnees.