Peter Hilhorst
Peter Hilhorst Video 25 jul 2021

Dit is de V12 die Aston Martin redde – Peters Proefrit

Met twee V6-motoren uit de Ford Mondeo in zijn mooie neus werd de Aston Martin DB7 Vantage de redder van het chique Engelse merk. In deze nieuwe aflevering van Peters Proefrit alles over een Aston Martin die eigenlijk een Jaguar had moeten zijn.

Aston Martin had zonder de DB7 niet meer bestaan. Eigenaar Ford organiseerde begin jaren negentig een reddingsplan voor het noodlijdende Aston Martin en dat droeg de naam DB7. De verkoop van de Aston Martin DB7 in 1993 met een supercharged 3,2-liter zes-in-lijn van Jaguar in de neus. Voor Aston Martin begrippen verkocht hij aardig, maar de concurrentie nam snel toe en Jaguar bracht alsnog de XJ-S opvolger uit. Die XK was technisch overeenkomstig met de DB7 en op sommige vlakken zelfs superieur. Er moest wat gebeuren en in 1999 kwam de DB7 Vantage. Op alle fronten een véél betere auto dan de gewone uitvoering die hetzelfde jaar uit productie ging.

Cosworth

De Aston Martin DB7 Vantage heeft een 5,9-liter V12 die door de firma Cosworth werd opgebouwd uit twee Duratec V6-motoren uit de Ford Mondeo. Met naar keuze een vijftrapsautomaat of handgeschakelde transmissie van Tremec. Dezelfde zesbak als in de Corvettes en Vipers. Het koetswerk kreeg een grotere grille, met clignoteurs en mistpitten samengevoegd in ronde units, aangezette dorpels, andere wielen, grotere remmen, een grondig aangepakt onderstel, een stijvere carrosserie en een opgewaardeerd interieur. Dat is een luxe mix van leer en hout met veel Ford-knoppen. Geen schande, maar een herinnering om dankbaar te zijn.

Vervelen

De V12 van de Aston Martin DB7 Vantage maakt een levendige indruk en hangt direct aan het gas. Hij is gretig onderin en ook vastberaden om de begrenzer bij 7000 toeren te raken. Met een imponerend diep geluid. De handbak heeft een zware koppeling en laat zich met royale slagen door de versnellingen loodsen, maar je kunt er van de eerste meter soepel mee rijden. En veel tempo in maken, want hij zet grote stappen. Onderhuids is de DB7 een doorontwikkeling van de decennia oude XJ-S, maar dat blijken goede bouwstenen voor een GT. De besturing van de Aston Martin DB7 Vantage biedt een vlezige weerstand en verveelt niet met voortdurende feedback. Echt gevoel zit er niet in en dat is nauwelijks een gemis in deze klasse, want de zware neus reageert wel alert op de commando’s.

Geen sportauto

Het weggedrag van de Aston Martin DB7 Vantage vertoont onderstuur als de grenzen verkend worden en op vermogen komt de kont niet zomaar om. Die graaft zich in, houdt lang grip en duwt de neus eerst even rechtdoor voordat hij zich aan de oerdriften van een achterwielaandrijver overgeeft. Het is een GT en geen sportauto, maar dat was de juiste keuze. Uiteindelijk werden er ruim 9100 DB7’s verkocht, waarvan meer dan zestig procent een Vantage was. Daarmee was het voortbestaan van Aston Martin verzekerd.