Eerbetoon aan Ferruccio: zes vergeten Lamborghini’s

Ferruccio Lamborghini, de oprichter van de legendarische Italiaanse sportwagenbouwer, zou begin deze week zijn 104e verjaardag vieren. Als eerbetoon kijken we vandaag naar zes vergeten Lamborghini’s.

Het verhaal over de oprichting van Lamborghini als autofabrikant is bij veel mensen bekend, maar daardoor niet minder legendarisch. Ferruccio Lamborghini werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog op het Griekse Rhodos, waar hij onderhoudswerk aan voertuigen verrichtte. Na de oorlog keerde hij terug naar zijn geboortedorp, het Italiaanse Renazzo, waar hij zag dat zijn vader en een aantal vrienden behoefte hadden aan tractoren. En die besloot hij onder zijn eigen naam te gaan bouwen.

Koppeling

Ferruccio breidde zijn specialisme uit naar airconditioning en verwarmingssystemen, waardoor hij flink geld verdiende. En omdat hij een passie had voor auto’s, kocht hij van dat geld natuurlijk een exotische sportwagen. Ferruccio bleef dichtbij huis en klopte zo’n dertig kilometer verderop in Modena aan bij Enzo Ferrari. Hij kocht onder andere een Ferrari 250GT, maar had al vrij snel problemen met de koppeling van die auto. Ferruccio ontdekte dat de koppeling uit de sportwagen overeenkwam met die in zijn eigen tractoren en besloot nogmaals aan te kloppen bij Enzo, om een en ander te bespreken. En daar was de Ferrari-baas niet van gediend. Hij vertelde Ferruccio om zich niet met auto’s te bemoeien. Enzo vond dat hij zich maar lekker met tractors moest bezighouden.

Lamborghini 350 GTV
Lamborghini 350 GTV

Dat inspireerde Ferruccio om zelf een auto te bouwen. Zijn eerste creatie was de waanzinnige 350 GTV, waarvan hij er eentje bouwde en die de basis vormde voor het eerste model dat in serieproductie ging: de 350 GT. Een leuk weetje, in de showcar lag geen motorblok. Om te voorkomen dat de auto uitgeveerd op de stand zou staan, lagen stenen in de motorruimte. Daarna volgden legendarische modellen die iedereen kent en bij veel jongetjes boven het bed kwamen te hangen. Denk aan de Miura, Countach en Diablo. Maar Lamborghini bouwde ook een aantal sportcoupés die door veel mensen zijn vergeten, of misschien niet eens zijn opgemerkt. We verfrissen je geheugen met zes vergeten Lamborghini’s.

Lamborghini 350 GT
Lamborghini 350 GT

6. Islero

Zoals gezegd was de 350 GT Lamborghini’s eerste productie-auto, die werd opgevolgd door de 400 GT. Eind jaren ’60, toen de Miura inmiddels al in productie was, begonnen de Italianen met de ontwikkeling van de volgende 2+2. In 1968 presenteerde het op de Autosalon van Genève maar liefst twee modellen met daarin plek voor vier personen: de voor die tijd radicale Espada en deze Islero, die een veel conservatiever design kreeg en als directe opvolger van de 400 GT bestempeld werd. Dat ontwerp kwam van Mario Marazzi, een oud-medewerker van het toen failliet verklaarde Carrozzeria Touring, maar het verhaal gaat dat Ferruccio’s eigen ideeën daarin beslissend zijn geweest. De Islero dankt zijn naam overigens aan de gelijknamige stier die in 1947 de beroemde matador Manuel Rodriguez vermoordde.

Lamborghini
Lamborghini Espada (l.) en Islero

In de neus van de Lambo lag de inmiddels bekende 4,0-liter V12, goed voor 325 pk en een topsnelheid van 248 km/h. Dat was eigenlijk nogal vreemd, omdat de eerder genoemde Espada (en Miura) óók die V12 had en Lamborghini dus twee vierzitters met beide twaalf cilinders in zijn gamma had. In 1969 presenteerde het nog wel een snellere versie, de Islero S, die 25 pk meer had dan de standaardversie (355 tegenover 330 pk). De Islero werd naast de veel extremere Miura en Espada geen succes, en kende een korte levensduur. Daardoor is het model wel heel zeldzamer: in totaal rolde de sportcoupé 225 keer van de band, waarvan 100 S-uitmonsteringen. De Jarama, een eveneens vergeten Lamborghini, volgde de Islero in 1970 op.

Lamborghini Islero
Lamborghini Islero S (GTS)

5. Urraco

De Islero en Jarama werden dus geen succes, maar de Miura en Espada maakten Lamborghini samen in een korte periode heel erg groot. En dus wilde Ferruccio zijn gamma uitbreiden, maar dit keer juist aan de onderkant. Hij wilde met een nieuw model een concurrent voor auto’s als de Porsche 911 en de Ferrari Dino op de markt brengen. En zo startte zijn bedrijf in de vroege jaren ’70 met een ‘kleine stier’. Dat is de letterlijke vertaling van de naam Urraco, eveneens een stierenras waar deze auto naar werd vernoemd. De Urraco werd de eerste Lamborghini met een V8. Voor het ontwerp van de kleine supercar vroeg men opnieuw Marcelo Gandini.

Lamborghini Urraco P250 S
Lamborghini Urraco P250 S

Lamborghini startte in 1972 met de productie van de Urraco P250, die achter de tweede zitrij (ja, dit was opnieuw een 2+2) een 2,5-liter V8 kreeg. Die krachtbron was goed voor 220 pk en 220 Nm, waardoor het model in 6,9 seconden naar de 100 km/h sprintte. De koek was op bij 240 km/h. Maar al snel staken nieuwe problemen de kop op. De riemaandrijving bleek niet bestand tegen de kracht van de achtcilinder, waardoor Lamborghini’s eerste V8 verre van betrouwbaar was.

Dat werd bij de volgende versies, de S, P200 en P300 met respectievelijk een 2,0- en 3,0-liter V8, aangepakt. De nieuwe motoren kregen dubbele nokkenassen en kettingaandrijving. Bovendien was de sterkste Urraco best rap: de drieliter produceerde 260 pk, duwde de vierzitter in 5,6 seconden naar de 100 km/h en had een topsnelheid van 260 km/h. In totaal bouwde Lamborghini tussen 1972 en 1979 iets minder dan 800 Urraco’s.

Lamborghini Urraco P300
Lamborghini Urraco P300

4. Jalpa

Maar ook de Urraco werd niet het succes waar Lamborghini op hoopte. Eind jaren ’70 wilde het een opvolger van die auto uitbrengen, maar geld was een probleem geworden. De Italianen vormden hun eerste V8-creatie om tot een open variant, die het de Silhoutte noemde. Maar omdat het ze niet lukte om de auto klaar te maken voor de Verenigde Staten, werd de productie na 52 stuks alweer gestaakt. Toch was het idee van een open tweezitter fraai. En dus besloot de fabrikant om begin jaren ’80, toen de Countach inmiddels al lang en breed en met succes in productie was, toch met zo’n bereikbare, open tweezitter te komen. Het werd de Jalpa, net als de Countach getekend door Bertone.

Lamborghini Jalpa P350
Lamborghini Jalpa P350

En wat bleek: de Jalpa werd een succes. De inmiddels 3,5-liter grote V8 was betrouwbaar en de gehele aandrijflijn was geschikt voor alledaags gebruik. Waar de Countach onbetaalbaar en compromisloos was, kostte de Jalpa maar de helft en was-ie veel makkelijker om te rijden. Bovendien was deze nieuwe ‘baby-Lamborghini’ snel genoeg. De achtcilinder produceerde 255 pk, en dat was meer dan Ferrari toentertijd uit de Amerikaanse variant van zijn 308 haalde (240 pk). En het was zelfs mogelijk om de spoiler van de Countach LP500 S op je Jalpa te laten installeren.

De Jalpa werd bovendien gebruikt door grote sterren in de jaren ’80. Zo kroop Sylvester Stallone in Rocky IV achter het stuur van deze Lambo, Phil Collins reed een wit exemplaar in een aflevering van de populaire politieserie Miami Vice. In acht jaar tijd bouwde Lamborghini uiteindelijk 410 Jalpa’s. De productie werd in 1988 beëindigd door de nieuwe eigenaar Chrysler, dat het bedrijf, waaruit Ferruccio Lamborghini al veel eerder was gestapt, overnam.

Lamborghini Jalpa P350
Lamborghini Jalpa P350

3. P140

Chrysler zag de interesse in de Jalpa teruglopen en was begonnen met de ontwikkeling van een opvolger. Onder de naam P140 produceerde het vanaf 1987 vier prototypes, waarvan er uiteindelijk geen enkele in productie ging. Lamborghini was in die tijd niet alleen bezig met deze nieuwe ‘kleine stier’, het werkte ook aan de opvolger van de Countach: de Diablo. Maar door de oliecrisis in 1990 liep de vraag naar sportwagens sterk af, waardoor het project P140 werd gecanceld. Chrysler vond dat een tweede productie-auto simpelweg niet te rechtvaardigen was in die periode.

Lamborghini P140
Lamborghini P140

De P140 werd getekend door – opnieuw – Marcello Gandini en was echt een lid fan de Lambo-familie. Van de zijkant lijkt de auto immers op een Diablo die te lang in de droger heeft gezeten. Maar de P140 was ook nieuw: het was namelijk de eerste Lamborghini met een geheel vierliter V10. Die motor zorgde voor waanzinnige prestaties vergeleken met de V8 uit de voorgangers Urraco en Jalpa. De krachtbron leverde namelijk 370 pk en maakte een 0-100 km/h-sprint in 5 seconden mogelijk. De eerste P140 haalde uiteindelijk een topsnelheid van 295 km/h op de Italiaanse Nardò Ring. Productie bleef dus echter uit.

Lamborghini P140
Lamborghini P140

2. Calà

Het idee voor een model ónder het vlaggenschip, de Diablo, bleef in de jaren ’90 wel overeind staan. De P140 was nooit in productie genomen, maar toen Chrysler het sportwagenmerk verkocht aan Megatech, borrelde het idee voor een instap-Lambo weer op. De nieuwe eigenaar bouwde in 1995 een nieuw prototype met een V10: de Calà. Het model werd getekend door het gerenommeerde Italdesign Giugiaro, maar was duidelijk een evolutie van Gandini’s P140. Calá is overigens een woord uit het Piëmontees, een Romaanse taal uit de Noord-Italiaanse provincie Piëmont en betekent zoiets als ‘Kijk, daar!’.

Lamborghini Calà
Lamborghini Calà

Ook de aandrijflijn uit het vorige prototype werd overgenomen. De Calà had dezelfde V10 uit de P140, die nu eveneens was gekoppeld aan een handgeschakelde zesbak die al het vermogen naar de achterwielen stuurde. Het chassis van de Calà werd uit aluminium vervaardigd, de koets was handgemaakt en van koolstofvezel. Daardoor woog de conceptcar 1290 kilogram. De Calà ging uiteindelijk ook niet in productie, omdat de Lamborghini werd verkocht. In 1998 kwam het bedrijf in landen van Volkswagen, dat het onder Audi plaatste. Het idee van een compacte sportwagen bleef. Pas in 2003 kreeg de succesvolle Jalpa, na twee studiemodellen en vijftien jaar, eindelijk een opvolger in de vorm van de Gallardo. Van dat model werden er 14.022 stuks gebouwd. Het was jarenlang de best verkochte Lamborghini ooit. Vervanger Huracan nam in 2019 het stokje over, en zal dat spoedig aan de Urus afstaan.

Lamborghini Calà
Lamborghini Calà

1. Raptor

De Raptor werd in 1995 en dus in dezelfde periode als de Calá ontwikkeld, in samenwerking met oud-coureur Alain Wicki en designhuis Zagato. De auto verscheen op de Autosalon van Genève 1996, waar het publiek verwachtte dat de Italianen deze auto in productie zouden nemen. Wicki was van plan om vijftig auto’s te bouwen en het gerucht gaat dat hij er op de autoshow in Genève al drie stuks had verkocht. De beoogde prijs van de auto is echter nooit bekend gemaakt, maar deze auto zou een plek boven de Diablo innemen. Uiteindelijk werd er maar één exemplaar gebouwd, die recent nog door RM Sotheby’s is geveild voor een miljoen dollar.

Lamborghini Raptor
Lamborghini Raptor

De Lamborghini Raptor heeft een aantal heel bijzondere stijlelementen. Kijk hierboven bijvoorbeeld naar de extreme deuropening, waarbij de volledige leefcompartiment van het exterieur gescheiden wordt. Ook bijzonder is het feit dat deze Raptor zowel een coupé als een roadster was: de double bubble roof van Zagato kon immers makkelijk verwijderd worden. Wie wilde racen, kon ook de passagiersstoel eenvoudig verwijderen voor gewichtsreductie. De krachtbron was de zesliter V12 uit de vierwielaangedreven Diablo, in deze Raptor gekieteld tot 628 pk. En dat terwijl-ie zo’n 300 kilogram lichter was dan een Diablo VT. Na de autosalon van Genève bleek de Raptor ook nog eens geweldig op het circuit.

Lamborghini Canto

Toch besloot Lamborghini zelf de auto niet in productie te nemen. Het was namelijk al geen voorstander van de Canto, het model dat de Diablo zou opvolgen en eveneens door Zagato was getekend. Lamborghini besloot met de nieuwe eigenaar aan het roer om de Diablo nogmaals opnieuw te tekenen, waarbij de klapkoplampen werden vervangen door vaste lichtunits van de Nissan 300ZX, en voor toekomstige modellen een eigen designteam op te zetten. Samenwerkingen met ITAL-Design en Zagato kwamen er niet. Wicki was daarna van plan om de Raptor zelf uit te brengen, maar is daar nooit in geslaagd.

Lamborghini Raptor
Lamborghini Raptor