Dennis Wilman
Dennis Wilman Nieuws 8 jan 2020

BMW blijft nog minimaal 30 jaar benzinemotoren bouwen en gebruiken

BMW werpt zich niet op de elektrische auto zoals andere merken dat doen. Het merk laat nu weten dat het de komende dertig jaar gewoon lekker aan de verbrandingsmotor vasthoudt.

Als je een volledig elektrische auto wilt, dan is BMW niet het merk voor jou. Op dit moment kun je bij de Duitsers aankloppen voor een i3, maar dan koop je een auto die aan alle kanten is ingehaald. De i8 is nog een optie, maar die is eigenlijk een hybride. Dit jaar kunnen we de iX3 verwachten, de eerste volledig elektrische SUV van het merk. Maar zelfs daarna zetten de Beiers geen vaart achter een volledig elektrische strategie, ze blijven namelijk nog minimaal dertig jaar benzinemotoren produceren en gebruiken. Diesels worden over twintig jaar pas uit de roulatie geworpen.

Inzetten op hybrides

Dat blijkt uit uitspraken van Klaus Froelich, R&D-baas bij BMW, tegenover Automotive News Europe. “Onze vier- en zescilinder dieselmotoren zullen nog zeker twintig jaar blijven. De benzinemotoren blijven nog minimaal 30 jaar.” De reden voor het vasthouden aan de verbrandingsmotoren is in de ogen van BMW overigens vrij simpel. Het merk gelooft niet in heilige graal die de BEV (Battery Electric Vehicle) nu moet zijn. Het denkt wel dat elektrisch rijden de toekomst is, maar denkt dat rijden op waterstof een veel betere optie is. Tot het zover is blijft het merk inzetten op hybrides.

BMW iX3 Vision 2

“In Europa is er een bepaalde terughoudendheid om over te stappen op een BEV. Plug-in hybrids zijn hierom vooralsnog de beste oplossing. Door de weeks worden ze gebruikt als elektrische auto, en in het weekend kunnen de langere ritten zonder problemen gemaakt worden,” aldus Froelich. “We verwachten dat plug-in hybrids een 25% marktaandeel in Europa zullen krijgen. Benzine en dieselauto’s behouden veel meer dan 50% en de rest van de markt gaat naar BEV’s.”

Tien keer zo duur

Wanneer de overstap naar waterstof komt is nog onduidelijk. BMW gaat met Toyota aan de slag om de technologie verder te ontwikkelen. Iets wat ook hard nodig is, want volgens Froelich is een dergelijke aandrijflijn nu nog ruim tien keer zo duur als een vergelijkbaar BEV-platform. Het doel is om de kosten voor 2025 gelijk te trekken met de derde generatie van het variabele brandstofcel-systeem van het merk. Dat zou kunnen resulteren in massaproductie.