Autovisie
Autovisie Nieuws 9 feb 2015

Rare jongens, die Galliërs van Mega

Een groter contrast tussen hoe een merk zichzelf noemt en het soort auto’s dat het maakt, is nauwelijks te bedenken. Het Franse Mega is nu vooral bekend van de kleine elektrische voertuigen, maar deed in de jaren negentig even – heel even – zijn naam eer aan.

Mega Track

Toen liet Mega zien dat de term cross-over ook meer kan zijn dan een uitgehold marketinglabel dat te pas en vooral te onpas op omhoog gekrikte hatchbacks en stationwagons wordt geplakt. De fabrikant uit Aix-les-Bains produceerde namelijk tussen 1992 en 1995 de Track, een heerlijk extreme en excentrieke kruising tussen een Lamborghini Countach en een Lamborghini LM002. Rare jongens, die Galliërs.

De mannen van Mega (alleen mannen kunnen zo iets krankzinnigs bedenken) propten een 6,0 liter V12 van Mercedes-Benz in de Track en koppelden die aan permanente vierwielaandrijving. Dat betekent dat de vier terreinbanden in maatje 285/55 ZR 20 (voor) en 325/50 ZR 20 (achter) een vermogen van 395 pk en een koppel van 500 Nm te verwerken kregen. Resultaat? In ongeveer vijf tellen graaide het gevaarte zich van 0 naar 100 km/h, om bij 250 km/h in de begrenzer te belanden.

“Mega liet zien dat de term cross-over meer kan zijn dan een uitgehold marketinglabel”

Op foto’s lijkt de Track overigens redelijk compact, maar dat is de terreinbeul absoluut niet. De Mega is met een lengte van meer dan vijf meter bijna net zo lang als de huidige BMW 7 Serie. In de breedte betreedt het apparaat Hummer-terrein, want het meetlint geeft 2,2 meter aan van zijspiegel tot zijspiegel. De weegschaal slaat bij een ‘lege’ Track door tot 2280 kilogram. Wie de 110 liter grote brandstoftank aftopt, ziet waarschijnlijk bijna 2400 kilogram staan.

Van de Mega Track zijn slechts vijf stuks gebouwd, maar van zijn opvolger, de Monte Carlo, zagen nog minder exemplaren het levenslicht. Hoeveel precies is niet bekend, maar de teller is waarschijnlijk blijven steken op twee of drie. De Monte Carlo werd in 1996 onthuld, maar was daarvoor al een aantal jaren als MCA (Monte Carlo Automobile) Centenaire op de markt, uitgerust met de 5,0 liter V12 uit de Lamborghini Countach.

“Prins Reinier van Monaco kocht er één, maar in 1993 was het over en uit voor MCA”

MCA bouwde in drie jaar tijd een rode Centenaire, een zwarte, een witte en twee blauwe, waarvan één met een targadak (Beau Rivage genaamd). Prins Reinier van Monaco kocht er één, maar in 1993 was het over en uit voor MCA. Een Georgiër kocht de rechten op de auto en doopte hem om tot MIG M100. Hij wilde ermee gaan racen tijdens de 24 Uur van Le Mans, maar moest afdruipen nadat hij zich niet wist te kwalificeren.

De man deed zijn project over aan Mega, dat de sportwagen terugstuurde naar de tekentafel voor een facelift en een harttransplantatie. De twaalfcilinder van Lamborghini moest het veld ruimen voor de Mercedes-twaalfpitter uit de Track. Mega stelde de Monte Carlo voor in 1996, maar had pas in 1998 een productierijpe auto klaar. De sportwagen ging in 4,4 seconden naar de honderd en kon een top van 300 km/h aantikken, maar verdween in 1999 alweer van het toneel.

Het is niet onlogisch om te veronderstellen dat Mega alleen maar geld verloor op de Track en Monte Carlo. Voor inkomen zorgde gelukkig de Mega Tjaffer, een Citroën Mehari-achtig karretje waarvan in Nederland ongeveer honderdvijftig exemplaren zijn verkocht. Het model was spartaans, had een carrosserie van kunststof en was gebouwd op basis van de Citroën AX. Klanten konden kiezen tussen voor- of vierwielaandrijving in combinatie met een 1.1 of 1.4 benzinemotor of een 1.5 of 1.8 diesel.

De uiterlijke kenmerken van de Mega Tjaffer zijn terug te zien in de Glace, een rallywapen dat begin jaren negentig meedeed aan het Franse ijsracekampioenschap Trophée Andros en er in 1994 met de eindoverwinning vandoor ging. In de Dakar-rally moest Mega genoegen nemen met een uitstekende tweede plaats, toen coureur Stéphane Peterhansel in het jaar 2000 zijn Mega Desert met succes aan de finish wist te brengen.

Reageer op artikel:
Rare jongens, die Galliërs van Mega
Sluiten