Peter Hilhorst
Peter Hilhorst Test 25 mrt 2026
Leestijd: 3 minuten

Honda Prelude vs. BMW 220i: “Verrassend genoeg stuurt deze véél beter”

Betaalbare sportcoupés zijn morsdood, toch? Nou nee. Honda blaast de Prelude nieuw leven in en BMW heeft gelukkig de 220i Coupé nog. Welke wil je hebben?

Honda en BMW hebben hetzelfde doel, maar een totaal andere aanpak. De voorwielaangedreven Prelude heeft het onderstel van de geweldige Civic Type R en de aandrijflijn van de gewone Civic. Hij wordt feitelijk elektrisch aangedreven door een 184 pk sterke synchroonmotor met voeding uit een minuscule accu van 1,1 kWh. Hij is achterin gemonteerd en wordt opgeladen via een generator die dankzij een atmosferische 2,0-liter viercilinder met 143 pk stroom opwekt.

Honda Prelude houdt je voor de gek

Naast een range extender is de viercilinder van de Honda Prelude ook een sfeermaker. Om de beleving te vergroten draait hij niet op een vast toerental, maar varieert zijn draaisnelheid om de suggestie te wekken dat de viercilinder de aandrijving regelt.

Het rollenspel krijgt een extra dimensie met de S+-knop, waarmee de Honda Prelude een achtversnellingsbak imiteert. Inclusief schakelschokjes, een vermogenscurve, stoten tussengas en flippers aan het stuur om het overtuigend te maken. Het werkt overtuigend in de praktijk. Alleen het karakteristieke VTEC-omslagpunt ontbreekt, dat was nog leuk geweest. Dat deze zesde generatie Prelude net geen 57.000 euro kost, is in het huidige klimaat niet eens onredelijk te noemen.

Klassieke recept

De BMW 220i Coupé is de perfecte match voor de Honda Prelude met eveneens 184 pk en ook een gewicht van net geen 1.500 kg. Vergelijkbare coupés zijn er verder niet te vinden in deze prijsklasse, al is de 220i met ruim 62.000 euro wel duurder. En ook hiervoor geldt dat betaalbaar relatief is. Het vermogen komt van een 2,0-liter viercilinder turbomotor via een achttraps automaat. Het blok ligt in lengterichting voorin en drijft de achterwielen aan. Het klassieke BMW-recept.

De BMW 220i Coupé voelt in eerste instantie lomp aan en van zijn klinische turbomotor moet hij het niet hebben, want die heeft nul charisma. Er zit weinig sportiefs in en hij loopt niet lekker door in de toeren. Maar tussen 1.500 en 4.500 toeren per minuut bulkt hij wel van het koppel. Doorhalen naar de begrenzer bij 6.500 is het snelst volgens de meetapparatuur, maar zo voelt het niet.

Hyundai Ioniq 6 N is veel leuker dan Tesla Model 3 Performance

Het lekkerste rijdt hij op de koppelpiek van 300 Nm en daar is hij met de achtbak makkelijk in te houden. In de sportmodus houdt hij de versnellingen vast, schakelt hij met een schokje op en verlang je geen moment naar een handbak. Alleen tijdens het afremmen en het zoeken naar de lagere versnellingen zouden de reacties op de schakelflippers sneller moeten.

Achterwielaandrijving van de BMW 2-Serie is zaligmakend

Op gladde omstandigheden voelt de BMW 220i Coupé niet direct underpowered aan, maar vooral in zijn element. De Honda Prelude stuurt weliswaar met meer gevoel, maar het fanatieke indraaien van de BMW is fantastisch en achterwielaandrijving is soms gewoon zaligmakend. Het gevoel van totale beheersing en vrijheid met het ESP uit is geweldig. Zelfs zonder sperdifferentieel drift de BMW heel behoorlijk. Hij rijdt zo leuk en het hoeft niet eens hard te gaan. Dat maakt het een echte sportcoupé en de Honda wordt kort gehouden door zijn hulpjes, waardoor er alleen onderstuur is. De BMW 220i Coupé heeft kortom alles wat nodig is voor rijplezier en dat geldt in mindere mate voor de Prelude.

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Het interessantste autonieuws rechtstreeks in je inbox

Meld je aan voor de Autovisie nieuwsbrief, dan praten wij je ieder weekend bij over het interessantste autonieuws.