Remco Slump
Remco Slump Reportage 29 aug 2026
Leestijd: 9 minuten

Nieuwe Nederlandse eigenaar: ‘Een Westfield is niet elektrisch en dat moet zo blijven’

Westfield is failliet, leve Westfield! Want het kleine Britse sportwagenmerk maakt een doorstart onder leiding van Peter Tunissen (45), die met zijn bedrijf Driving-Fun de grootste organisator van trackdays in Nederland is.

Op het Circuit Meppen, dat vlak over de grens bij Emmen in Duitsland ligt, barst het van de rivaliteit vandaag. Niet op de baan, waar deelnemers aan een trackday van Driving-Fun fanatiek hun rondjes draaien, maar in de paddock. Peter Tunissen zit er te vertellen over de kartambities van zijn tienjarige zoontje.

Racen zit in de familie

“Hij denkt dat hij sneller is dan ik”, lacht hij. “Dat ben ik ook”, klinkt het van een paar tafels verder, waar een blond jochie met een grijns naar zijn vader zit te kijken. “Ja, dat is hij ook”, moet Tunissen toegeven. “Dat is vervelend. Maar jij bent ook lichter.” Zijn zoontje laat het er niet bij zitten en begint van een afstandje met rondetijden te schermen.

Westfield-onderdelen in kratten in de werkplaats op Circuit Meppen
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

“Jij hebt 50 seconden? Ja, het is goed met je”, snuift Tunissen. “Ik 57,1. Maar jij weegt ook 50 kilo minder.” En zo gaan de kemphanen nog een tijdje door. Racen zit diep in de familie, legt Tunissen uit. “Mijn vriendin heeft een EU-licentie, dus die vindt het ook allemaal leuk.” Hij raakt even afgeleid door het gehuil van zijn jongste zoontjes, een tweeling. “Gaat het goed daar? Jason, kun jij even je telefoon wegleggen en je ermee bemoeien?” Tunissen richt zich weer op ons.

“Ze hebben de beste namen gekregen, want ik mocht ze verzinnen”, knipoogt hij: “Niki Ayrton en James Max. Genoemd naar de beste Formule 1-coureurs. Nou ja, James Hunt is misschien niet de beste, maar wel de leukste.”

Twee dagen gewerkt op de Zuidas

Tunissen is eigenaar van Driving-Fun, dat onder andere racewagens verhuurt, circuitdagen en autoreizen organiseert en twee hotels bij de Nordschleife exploiteert. “Ik heb rechten gestudeerd, dus heel wat anders, maar regelde tijdens mijn studie hier en daar al een trackday voor mijn vrienden. We zaten op het forum Gummen.org. Dat bestaat nog steeds. Maar omdat wij graag meer circuitdagen wilden doen dan één of twee per jaar zijn we voor onszelf met Driving-Fun begonnen.

Ik heb daarna mijn studie afgemaakt en welgeteld twee dagen op de Zuidas gewerkt, maar dat was niet mijn ding. Op mijn eerste dag raakte ik in gesprek met een partner van het advocatenkantoor, die net een Porsche 911 had gekocht. Hij vond het interessant dat ik rijevents organiseerde en wilde er meer over weten, dus nodigde hij mij uit om tijdens de lunch bij hem aan tafel te komen eten.

De huurvloot van Driving-Fun op het terrein van Circuit Meppen
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

Zo’n kantoor is echter heel hiërarchisch opgebouwd. Je hebt tafels waar alleen de partners mogen zitten en er zijn tafels voor de maten, voor de advocaten, voor de stagiairs, enzovoort. En ik zat tussen de middag dus aan de verkeerde tafel. Ik probeerde nog uit te leggen dat die partner graag met mij wilde praten, maar op een gegeven moment begon iedereen zich ermee te bemoeien. Toen dacht ik: dit is niks voor mij.”

Oprichting van Driving-Fun

In eerste instantie was het helemaal niet de bedoeling om van Driving-Fun een bedrijf te maken. Het was een website, een forum, puur voor de hobby. “Maar na twee of drie jaar liepen we ertegenaan dat het risico steeds groter werd”, legt Tunissen uit. “We organiseerden steeds meer events en dan moet je de kans dat er iets gebeurt wel afdekken. Dat je niet persoonlijk aansprakelijk bent als er iemand door een crash gewond raakt.

De Driving-Fun-website ging in 2006 live en vier jaar later hebben we het bedrijf als bv ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Op dat moment kun je niet tegen de Belastingdienst zeggen: we zijn een bv, maar we verdienen niks. Dus hebben we besloten om te gaan investeren in Driving-Fun en de organisatie professioneler te maken, onder meer door er iemand fulltime op te zetten. Want klanten verwachten dan natuurlijk ook dat je altijd bereikbaar bent.”

Onestopshop voor racers

Tunissen omschrijft zichzelf als een serie-ondernemer. “Voordat we in 2010 gas gingen geven met Driving-Fun, heb ik verschillende dingen gedaan: webshops gehad, een tennishal gerund, ik ben tennisleraar geweest. Ik doe nog steeds van alles. Driving-Fun dus, het Circuit Meppen erbij, Westfield nu. Daarbij zijn we een tijdje importeur van Radical geweest in Nederland. Ook vertegenwoordigen we Zamp in Nederland en Duitsland. Dat is een helm- en racekledingmerk.

Luchtbeeld van Circuit Meppen
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

Het idee is om al onze bedrijven aan elkaar te knopen. Daar zijn we achter de schermen druk mee bezig. We willen een soort onestopshop worden voor mensen die willen gaan racen. Dan kunnen we tegen ze zeggen: hier heb je een Westfield, probeer het eens een halfuurtje. En als je het echt leuk vindt, dan kun je bij ons een cursus doen, een raceoverall en helm aanschaffen en uiteindelijk zelfs bij ons terecht voor data-analyse. Want daar hebben we vorige maand iemand voor aangenomen.”

Zes kapiteins op een schip

Sinds 2015 staat Tunissen alleen aan het roer van Driving-Fun, daarvoor deed hij het samen met een compagnon. “Op een gegeven moment waren we zelfs met z’n zessen, maar dat werd te veel. Dan heb je zes kapiteins die aan het sturen zijn en een schip dat denkt: waar moet ik nou heen? Daar kwam onderling gedoe van, dus uiteindelijk zijn we met z’n tweeën overgebleven. Totdat mijn compagnon na een jaar of vijf besloot zich meer te richten op zijn goedlopende beddenzaak.” Driving-Fun is in de afgelopen twintig jaar heel organisch gegroeid, van maximaal vijf circuitdagen per jaar naar ongeveer honderdtwintig in 2026.

Peter Tunissen bekijkt een Westfield-detail in de werkplaats
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

Koken in andermans keuken

“Hier op Meppen zitten we op zo’n tweehonderd dagen per jaar, maar dat zijn niet allemaal Driving-Fun-events. We pachten het circuit sinds 2022. We waren al heel lang op zoek naar zoiets, want als organisator van trackdays sta je eigenlijk altijd te koken in andermans keuken en dat kan problemen geven. Als die ander ziet dat je een heel lekker gerecht maakt, dan gaat-ie het misschien wel zelf doen. Of je krijgt een keer een meningsverschil en wordt uit de keuken gegooid. Je bent altijd afhankelijk van iemand anders om de deur voor je open te doen.

We zijn ooit bezig geweest met Circuit Zandvoort, maar daar waren we net te laat mee. En ik ken Harry Maessen, de eigenaar van Circuit Meppen en Raceway Venray, al meer dan twintig jaar. Venray ligt in zijn achtertuin, dus daar kan hij zich wel mee bezighouden, maar Meppen is te ver weg. Uiteindelijk zijn wij dus vier jaar geleden de exploitatie gaan doen. We hebben plannen om het circuit uit te breiden, want de baan is nu vrij kort: 2,4 kilometer. We willen naar 4 kilometer toe. De investeerders hebben we al deels, maar we moeten ook de komende burgemeestersverkiezingen in Meppen afwachten. Twee van de drie kandidaten staan al achter ons.”

Tunissen wijst naar een hoog grijs gebouw, dat ooit onderdeel was van een krachtcentrale. “Het plan is om die te slopen, waardoor het circuit rechtdoor kan en een draai om de koeltoren kan maken, waarna het in een soort corkscrew weer de heuvel af komt.” In het midden staat nu al het Westfield-gebouw, dat binnenkort zwart geschilderd wordt en het merklogo op de gevel krijgt. Een paar studenten zijn er sinds weken bezig om de failliete boedel van de fabrikant te sorteren.

Westfield naar Meppen

“Twee jaar geleden besloot ik dat ik weer wilde gaan racen, het liefst in een cupklasse”, legt Tunissen uit. “Een klant van ons, die vanwege gezondheidsredenen juist wilde stoppen, bood mij een ritje in zijn Westfield aan. ‘Als je daarin rijdt, ben je meteen verkocht’, zei hij, ‘Het is zo gaaf!’ Dus ik ben ingestapt, heb zeven of acht rondjes gedaan, kwam terug in de pits en heb het koopcontract getekend. Hij had gelijk. Ik ben dus actief geworden in de Westfield Cup NL.

Hal op het terrein van Circuit Meppen
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

En dat is geweldig. Een Westfield is natuurlijk een oud ontwerp. Je hebt geen downforce, relatief weinig grip, geen traction control, helemaal niks. Je moet het allemaal zelf doen. En het gaat best goed. In 2025 ben ik vierde geworden in het kampioenschap. Dus begin dit jaar zat ik te googlen welke reserveonderdelen ik moest bestellen en kwam ik op de Westfield-website een boodschap tegen. ‘Wij zijn gestopt’, stond er, ‘Geïnteresseerden in het overnemen van Westfield kunnen zich melden bij dit mailadres.’ Ik heb contact met ze opgenomen en na drie dagen was de deal rond.

Deze occasion ken je niet, maar is een perfecte rijdersauto

We hebben alles gekocht: de merknaam, de tekeningen, de onderdelen, de honderden mallen, noem het maar op. Alleen van Westfield, moet ik erbij zeggen, want in het bedrijf zaten ook Chesil (dat Porsche 356-replica’s maakt), GTM (TVR-achtige kitcars) en Tipo 184 (een soort Grand Prix-racers met kenteken). Of we de boel voor een symbolisch bedrag hebben overgenomen? Nee, zeker niet, het zit ruim in de zes cijfers. We hebben nu alles van Westfield hier naar het terrein gehaald en hebben inmiddels een roadmap voor onszelf uitgezet.

Het belangrijkste is dat we weer onderdelen gaan leveren. Westfield heeft ongeveer 16.000 auto’s gebouwd, waarvan de meeste nog rondrijden. Veel in Engeland, maar ook in België, Duitsland, Frankrijk en zelfs bijna 300 in Nederland. Daarvoor hebben we de eerste onderdelenleveringen inmiddels gedaan.

Cupauto’s bijbouwen

Onze tweede prioriteit is dat we cupauto’s willen bijbouwen. De Westfield Cup wordt vooralsnog alleen in Nederland verreden, maar er is interesse uit andere landen. En als we ook daar kampioenschappen hebben opgezet, willen we ieder jaar een Europese finale houden, waarbij alle deelnemende landen tegen elkaar strijden. Tot slot is ook het plan om weer modellen voor op straat te gaan produceren. Westfield zelf deed dat al bijna vier jaar niet meer. Zoiets opstarten is lastig (en wordt alleen maar moeilijker), maar is niet onmogelijk.

Peter Tunissen achter het stuur van een Westfield
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

Uiteindelijk zouden we dan ook graag nieuwe modellen willen ontwikkelen. We hebben daarvoor zelfs het DNA van Westfield op papier gezet. De auto’s van het merk zijn niet elektrisch, maar hebben een atmosferische motor, een handbak, geen ABS en geen traction control of ESP.

Dat moet in de toekomst zo blijven.” Heeft Tunissen überhaupt nog wel tijd voor wéér een project? “Eigenlijk niet, dus maak ik er tijd voor. Op de twee hotels bij de Nordschleife zit een manager. Daar doe ik zelf bijna niks aan en dat loopt prima zo. Het Circuit Meppen heeft sinds vorig jaar eveneens iemand voor de dagelijkse leiding en voor Driving-Fun zoek ik nog iemand. Als dat is gelukt, hoop ik me meer te kunnen richten op Westfield. Want dat vind ik eigenlijk het gaafste wat we op dit moment doen.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Remco Slump
Geschreven door Remco Slump

Heintje Davids van Autovisie. Begon in 2005 als stagiair en kwam terug in 2007, 2013 én 2022. Rijdt een BMW-motor, maar zou liever een 850CSi hebben.

Het interessantste autonieuws rechtstreeks in je inbox

Meld je aan voor de Autovisie nieuwsbrief, dan praten wij je ieder weekend bij over het interessantste autonieuws.