Stijn Kuster
Stijn Kuster Reportage 30 aug 2026
Leestijd: 9 minuten

Ford-CEO Jim Farley: ‘Door China moeten we nu allemaal op de snelheid van de autosport werken’

Ford is niet immuun voor de huidige uitdagingen op de automarkt en heeft daarom net een nieuwe strategie aangekondigd: Ready Set Ford. De racedivisie van het merk speelt daarin een belangrijke rol, vertellen topman Jim Farley en Mark Rushbrook, directeur van Ford Racing.

Ford racet al sinds vóór het officieel bestond, maar wanneer CEO Jim Farley zegt dat “autosport nog nooit zo belangrijk is geweest voor het bedrijf als nu”, is dat geen holle frase. En het is niet alleen Farleys aanstekelijke enthousiasme voor de autosport dat dit duidelijk maakt. Terwijl we elkaar spreken in een luxe, geluiddichte hospitality-unit, moet hij zijn stem verheffen om boven het gebrul uit te komen van een atmosferische 5,0-liter Ford V8 die op volle toeren draait.

V8-lawaai op Sebring

Het is eind maart. Tienduizenden toeschouwers hebben zich verzameld op Sebring International Raceway om enkele van ’s werelds beste sportwagenrijders twaalf loodzware uren lang met elkaar te zien strijden op het meedogenloze beton van het circuit in Florida. Vandaag is Farley hier in zijn rol als topman. Hij ondersteunt de fabrieks-Mustang GT3’s, die dat karakteristieke V8-geluid produceren, en heeft daarnaast diverse afspraken, onder meer over het nieuwe LMDh-hypercarproject (Le Mans Daytona hybrid) van Ford, waarmee het terugkeert in de hoogste klasse van de enduranceracerij.

Ford Mustang GT3 op Sebring International Raceway
(Afbeelding: Wes Duenkel)

Ford is actief in 34 internationale kampioenschappen, variërend van de Dakar Rally tot de Formule 1, en die betrokkenheid groeit alleen maar verder. “We zijn gestopt met autosport te zien als een marketingactiviteit en gebruiken het nu echt om onze producten beter te maken”, zegt Farley.

Autosport als productmotor

“Autosport is bij Ford nooit op die manier benaderd, behalve door Henry Ford. De eerste auto’s die hij bouwde, waren gebaseerd op zijn filosofie om het beste van een raceauto te nemen en dat vervolgens betaalbaar te maken. Je kunt een geweldig bedrijf opbouwen door te winnen en je producten met racetechniek voortdurend te verbeteren.”

Hoewel Farley van racen een zakelijke pijler heeft gemaakt, is dat niet de enige reden waarom hij dit weekend in Sebring is. Want op de dag vóór ons interview was hij niet Jim Farley, CEO van Ford, maar Jim Farley, amateur-coureur, die het in de Ford Mustang Challenge opnam tegen een veld vol gretige concurrenten. Farley is een echte raceliefhebber. Die passie ontstond al in zijn jeugd, toen hij bevriend raakte met Luigi Chinetti, destijds de Amerikaanse Ferrari-importeur, en later werkte voor Formule 1-wereldkampioen Phil Hill in diens restauratiebedrijf. Hij reed op Goodwood met een GT40 en racet ook met een Lola T298.

CEO in raceoverall

Voor Farley is racen een vorm van ontspanning, zijn equivalent van yoga. “Wanneer ik in de auto zit, denk ik nergens anders aan. Er zou een kernbom kunnen ontploffen en ik zou het niet eens merken.” Hij omschrijft het besturen van een raceauto als “nederig makend, zeker wanneer je weinig tijd hebt”, en voegt daaraan toe: “Ik moet instappen, snel op tempo komen en tegelijkertijd veilig rijden.

Startveld van de Ford Mustang Challenge North America
(Afbeelding: Wes Duenkel)

Ik kan niet de CEO van Ford zijn en iemand er in de eerste bocht af tikken. Ik kan ook niet winnen dankzij mijn motor, want dan zegt iedereen: ‘Hij heeft een speciale motor.’ Er zijn veel beperkingen, en daardoor blijft de druk hoog om goed te presteren én plezier te hebben.” Farley kan dus nooit helemaal ontsnappen aan zijn rol als topman van Ford.

Achteraan starten

“Veel CEO’s zouden dit nooit doen”, zegt hij, “maar het houdt me met beide benen op de grond.” Toch geniet hij van de competitie, “net als in het zakenleven.” Op Sebring zorgde een technisch probleem ervoor dat hij beide races vanaf de laatste startrij moest beginnen. “Soms moet je achteraan starten”, zegt hij. “Toen ik bij Ford begon, stond het aandeel op 4 dollar.” Ford ontkomt ook niet aan de huidige marktdruk, maar het bedrijf staat er aanzienlijk beter voor dan toen Farley het roer overnam (op het moment van schrijven noteerde het aandeel ongeveer 15 dollar).

Ford Racing speelt een belangrijke rol in dat herstel. De divisie, voorheen bekend als Ford Performance, omvat alle sportactiviteiten van het merk én de sportieve straatauto’s, zoals de Mustang Dark Horse en de Raptor-modellen. Mark Rushbrook, wereldwijd directeur van Ford Racing, werkt sinds 2013 voor de divisie. Daarvoor was hij ingenieur van straatauto’s. Hij vertelt dat “de functie enorm is veranderd”, aangezien Ford Racing van een klein team dat raceprojecten beheerde, gegroeid is naar een organisatie met honderden medewerkers die race- en performanceauto’s ontwikkelen.

Ford Racing als bedrijf

“Ford heeft de autosport soms ingezet voor marketing en soms voor technologieoverdracht”, zegt hij. “Tegenwoordig doen we beide. We leren én we bouwen aan het merk. We behandelen Ford Racing echt als een bedrijf. Het gaat niet alleen om geld uitgeven om met Bronco Raptors de Baja 1000 te rijden. Het gaat erom dat de ingenieurs die ervaring meenemen, maandagochtend weer op kantoor verschijnen en de volgende Raptor voor de openbare weg beter maken.”

James Attwood in gesprek met Mark Rushbrook van Ford Racing
(Afbeelding: Wes Duenkel)

Rushbrook heeft bovendien te maken met een management dat zelf zeer betrokken is bij de autosport. Naast Farley zijn ook bestuursvoorzitter Bill Ford en financieel directeur Kumar Galhotra fanatieke racefans. Daarnaast werkt hij samen met Bills zoon Will, die algemeen directeur van Ford Racing is. Dat betekent echter niet dat Rushbrook vrij spel heeft. “Dat is prettig, maar het is zeker geen blanco cheque. Jim laat ons verantwoording afleggen voor iedere dollar die we uitgeven.

Geen blanco cheque

Hij wil zeker weten dat we niet alleen op het circuit actief zijn, maar er ook van leren, het juiste verhaal aan de juiste mensen vertellen en meedoen om te winnen.” Farley vult aan: “Als amateur-coureur die zelf ook weleens geld aan autosport heeft verspild, ben ik behoorlijk kritisch.

Ik stel hogere eisen dan iemand die zelf niet racet, omdat ik weet hoeveel geld je kunt verspillen én wat er nodig is om te winnen.” Rushbrook grapt dat hij “niet hoeft te wachten op mijn jaarlijkse beoordelingsgesprek om te weten of we winnen of verliezen”, zeker omdat hij samen met Farley en Galhotra in een chatgroep zit, waarin ieder raceweekend de resultaten direct worden gedeeld. “Ze willen het niet pas op sociale media lezen; ze willen het in realtime weten.”

Vier pijlers

De activiteiten van Ford Racing zijn grofweg verdeeld over vier pijlers: Mustangs, variërend van de Amerikaanse NASCAR en de Australische Supercars tot uiteenlopende klantenteams; offroad, van standaardproductieklassen tot de Dakar Rally; demonstratievoertuigen, zoals de recente elektrische Transit SuperVan; en vlaggenschipprojecten, waaronder het Formule 1-programma met Red Bull en het toekomstige LMDh-hypercarprogramma. In grote lijnen ondersteunt Ford op de lagere niveaus klantenteams en neemt de fabrieksbetrokkenheid toe naarmate het competitieniveau stijgt. De belangrijkste projecten – Dakar, Formule 1 en Le Mans – voert het bedrijf zelf uit, in samenwerking met partners als Red Bull en M-Sport.

Ford F-150 Raptor springt tijdens de Baja 1000
(Afbeelding: Ford)

Farley noemt de keuze om het motorenprogramma van Red Bull te ondersteunen in plaats van een compleet Formule 1-team te kopen, zoals veel concurrenten doen, een goed voorbeeld van Fords zakelijke benadering. “We zijn op verschillende niveaus technisch betrokken bij onze programma’s”, zegt Rushbrook. “Soms leveren we alleen een motor, soms een complete auto.” Ford Racing is bovendien zo georganiseerd dat kennis tussen projecten wordt uitgewisseld en vervolgens doorstroomt naar de performanceauto’s en uiteindelijk naar de rest van het bedrijf.

Kennis tussen projecten

“Ik heb een aandrijflijnteam, een voertuigontwikkelingsteam en een team voor voertuigfuncties. Binnen die teams kunnen we mensen eenvoudig heen en weer laten bewegen”, aldus Rushbrook. “Een goed voorbeeld is onze GT3-motor. M-Sport bouwt die voor ons, maar het volledige ontwerp is binnenshuis ontwikkeld. Die kennis gebruiken we voor toekomstige motorarchitecturen die uiteindelijk in Ford Racing-producten bij de dealer terechtkomen. Bovendien vloeit die kennis ook door naar de motor van onze hypercar.”

Ford Mustang GT3 in het donker tijdens Sebring
(Afbeelding: Bob Chapman – Autosport Images)

Het wereldwijde bereik van Ford Racing is enorm, maar zeker niet willekeurig. Hoe bepaalt Ford dan waar het wel en niet actief is? “Mensen denken: ze racen gewoon overal, maar in werkelijkheid is het buitengewoon gedisciplineerd”, zegt Farley. “We hebben een strategieraad waarin Bill, ikzelf, Mark en de andere bedrijfsleiders zitten. Elk kwartaal komen we bijeen en behandelen we het als een onderneming.

Strategie tegen China

We weten waar we als bedrijf naartoe willen en werken vervolgens terug om te bepalen in welke kampioenschappen we actief moeten zijn om dat doel te bereiken.” Farley voegt eraan toe dat “er in Europa veel speelt waar ik graag over zou willen praten, maar dat kan niet, omdat het concurrentiegevoelige informatie is.” Wel verzekert hij ons dat “je over vier of vijf jaar op dit gesprek zult terugkijken en zult zeggen: ‘Dáár had hij het dus over.’” Hij vervolgt: “Voor Europa hebben we een heel specifieke strategie om de Chinese merken te verslaan, en autosport zal daarin van cruciaal belang zijn.

Waarschijnlijk op een manier die mensen niet verwachten. Die strategie hebben we gekozen met productie, productontwikkeling en merkpositionering in gedachten. We stellen altijd dezelfde vraag: ‘Maakt racen onze kernproducten beter?’ Is het antwoord ja, dan investeren we.”

Chinese snelheid

Farley hield woord. Sinds dit gesprek is de kern van zijn betoog steeds duidelijker geworden. Ford heeft plannen onthuld voor een nieuwe generatie op Europa gerichte modellen met een ‘rally-geïnspireerd’ ontwerp en dito rijeigenschappen. Tegelijk laat het zien hoe de van oudsher razendsnelle wereld van de autosport bedrijven als Ford kan helpen om op ‘Chinese snelheid’ te opereren.

“Autosport voelde vroeger veel sneller dan onze industrie”, zegt hij. “Maar de Chinezen hebben het tempo zó opgevoerd dat we nu allemaal op de snelheid van de autosport moeten werken. Dat is tegenwoordig de norm. Jarenlang was autosport een extra activiteit: een aparte groep mensen die niet geïntegreerd was in de kern van het bedrijf. Zo kijken we er niet meer naar. De revolutie zit in het veranderen van dat model.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Stijn Kuster
Geschreven door Stijn Kuster

Stijn Kuster is een echte autofanaat en coördineert alles wat Autovisie online doet. Een Mazda RX-7 FD staat hoog op zijn verlanglijstje.

Het interessantste autonieuws rechtstreeks in je inbox

Meld je aan voor de Autovisie nieuwsbrief, dan praten wij je ieder weekend bij over het interessantste autonieuws.