Remco Slump
Remco Slump Reportage 1 jul 2026
Leestijd: 11 minuten

Hoofddesigner Volkswagen: “De scheidslijn tussen te subtiel en te gimmicky is dun”

Designdirecteur Andreas Mindt (57) heeft een duidelijke visie over Volkswagen in Europa. De modellen van het merk moeten weer herkenbaar worden: sympathiek, stabiel en met een speciaal sausje eroverheen.

Andreas Mindt heeft zijn koffie koud laten worden, zo blijkt na ons interview. Een barmedewerker van het DRIVE. Volkswagen Group Forum in Berlijn snelt toe, niet alleen om hem nog een kopje aan te bieden, maar ook om hem enthousiast de hand te schudden. De man vindt het een grote eer dat hij de hoofdontwerper van Volkswagen mag ontmoeten en laat dat duidelijk blijken. Mindt moet er een beetje om lachen en haalt nonchalant zijn schouders op.

Gewoon een designer

“Ach, ik ben ook maar gewoon een designer.” Die bescheidenheid typeert hem. Zo vindt de Duitser niet dat de nieuwe, elektrische Volkswagen ID. Polo en ID. Polo GTI aan hem moeten worden toegeschreven, maar aan het hele designteam.

Andreas Mindt bij de Volkswagen ID. Polo GTI
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

“We werken in Wolfsburg met 350 ontwerpers. Kun je dan zeggen: dat stukje is door hem getekend, dat stukje komt van haar? Nee, daar ben ik op tegen, want ik vind dat iedereen op onze afdeling iets van waarde heeft bijgedragen aan het geheel.”

“Ik kan hier uren over vertellen”, glundert Mindt. En dat geloven we meteen. Alleen al omdat hij die woorden tijdens ons gesprek meerdere malen herhaalt. We moeten denken aan de eerste keer dat we hem ontmoetten, tijdens het Volkswagen GTI Fanfest in de zomer van 2024. Mindt stond op het podium te speechen, toen hij in het publiek zag dat zijn jonge dochtertje in de kinderwagen in slaap was gevallen. “Is mijn verhaal zó saai?”, vroeg hij het publiek. Nee, dat was het zeker niet.

Een echte autonerd

En ook nu hangen we aan zijn lippen. Deels uit noodzaak, moeten we toegeven, want Mindt praat snel en zegt veel. Opletten geblazen, dus. Als hoofdontwerper van Volkswagen heeft hij ongetwijfeld mediatraining gehad, maar daar is vandaag weinig van te merken. Mindt draait geen script af, maar is open en eerlijk. Hij toont zich bovendien een echte autonerd en een gepassioneerd liefhebber van niet alleen zijn vak, maar ook zijn merk.

“Mijn vader was eveneens ontwerper”, vertelt Mindt. “Hij begon bij Opel en trad in 1975 in dienst bij Volkswagen. Ik was vijf jaar oud toen we naar Wolfsburg verhuisden. Ik weet nog dat mijn vader en ik een Herbie-film gingen bekijken en dat Volkswagen buiten de bioscoop een originele Kever had neergezet. Dat maakte iets in mij los. Vanaf dat moment zat ik vrijwel constant autootjes te tekenen, vooral Kevers.” Toch had Mindt niet de ambitie om na zijn studie bij Volkswagen aan de slag te gaan. “Absoluut niet”, benadrukt hij lachend.

Van Wolfsburg de wereld in

“Ik wilde juist wegrennen, een compleet andere kant op. Want toen ik in Wolfsburg opgroeide, lag de stad vlak bij het IJzeren Gordijn, de grens naar Oost-Duitsland, en dat voelde als het einde van de wereld. Ik had last van ‘Fernweh’, zoals Duitsers dat noemen. Ik droomde van vertrekken en wilde ontzettend graag andere plekken bezoeken en andere talen leren. Nu is Wolfsburg heel anders. Het is een middelpunt, zou je kunnen zeggen, omdat het tussen Hannover en Berlijn in ligt.

Daarbij is zeker de designafdeling van Volkswagen ontzettend internationaal. De voertaal is er Engels, want we hebben mensen rondlopen uit China, Engeland, Italië, Tsjechië en nog veel meer landen. Het is hartstikke leuk en interessant, al die culturen door elkaar heen. Daar leer ik van.”

Andreas Mindt tijdens het interview
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

Waar Mindt ook van heeft geleerd, is zijn Volkswagen Kever. “Ik heb er sinds mijn achttiende altijd eentje gehad”, glimlacht hij. “Mijn eerste was spotgoedkoop en bar slecht. En omdat ik weinig geld had om hem rijdend te houden, moest ik alles zelf doen: het onderhoud, de reparatie en de aanpassingen. Toen ik studeerde, heb ik hem weggegeven omdat hij bijna uit elkaar viel van ellende, en een betere gekocht. Dat is nu ruim dertig jaar geleden. Mijn huidige Kever komt uit 1970 en is allesbehalve standaard.

Kever, Bentley en merkgevoel

Ik heb hem onder meer een zwaardere motor gegeven, een luchtgekoelde 2,0-liter Volkswagen Type 4 met Weber-carburateurs erop, een versnellingsbak met langere verzetten, zodat ik op de autobahn beter kan meekomen met het overige verkeer, geventileerde remschijven en een stoffen roldak, waarvoor ik zelf de zaag in het dak heb gezet.”

Van een Autovisie-collega hoorden we dat Mindt ook Bentley rijdt. Klopt dat? “Ja, een Arnage Red Label. Die heb ik aangeschaft toen ik in 2021 designdirecteur van Bentley werd. Ik wilde graag meer weten over de merkbeleving en ervaren hoe het is om zo’n auto te hebben en dagelijks te gebruiken. I love it!

Dat begint al bij de krachtbron: de bekende 6,75-liter V8. Of zoals de Britten zeggen: de ‘Six and Three-Quarter’. Prachtig toch? Het is net een naam uit Harry Potter. Mijn Arnage is nog het model met de enkele turbo en levert zijn maximale koppel van 835 Nm bij 2.100 tpm. Je hoeft maar heel even met je kleine teen het gaspedaal te aan te raken en… bam! Je hebt alles.

De Arnage voelt aan als een stoomtrein en dat is grappig, want W.O. Bentley begon zijn carrière als leerjongen bij de Great Northern Railway. Daarna ontwikkelde hij vliegtuigmotoren voor de Royal Naval Air Service in de Eerste Wereldoorlog. Dat is waar de vleugels van het Bentley-logo voor staan.”

Mindt veert helemaal op. “Ik kan hier uren over vertellen”, zegt hij weer. “Want bij Bentley heb ik geleerd hoe je een merk moet behandelen. Daarmee bedoel ik dat je als designer moet begrijpen waar een merk vandaan komt, wat het betekent, waar het voor staat, en dat je daarop je ontwerpen baseert. Neem de Arnage en zijn geblazen achtcilinder. Hij voelt aan als een locomotief en moet er ook zo uitzien. Niet zo lichtvoetig als een Italiaan, maar zwaarder, met meer aanwezigheid en gezag.”

Wat Volkswagen moet uitstralen

Over de identiteit van Volkswagen hoeft Mindt niet lang na te denken. “Als designdirecteur bij Bentley behoor je niet tot de klantenkring. Ja, ik heb een Arnage gekocht, maar pas nadat-ie negentig procent van zijn waarde was kwijtgeraakt. Bij Volkswagen is dat anders. Ik sta in verbinding met het merk. En niet alleen ikzelf, maar ook mijn dochters, mijn ouders, mijn broers en mijn zussen. Ik ontwerp nu auto’s voor de omgeving waarin ik leef.

Dat vind ik mooi. Een Volkswagen – de naam zegt het al – moet relevant zijn voor iedereen in mijn omgeving. Daarom moet-ie als eerste betrouwbaarheid en stabiliteit uitstralen en als tweede sympathiek zijn. De Kever heeft een lach op zijn gezicht en oogt nooit agressief. Dat wil ik graag terugbrengen; optimistische vormen, die tegelijkertijd zelfvertrouwen uitstralen. En met name bij een auto als de ID. Polo GTI komt daar ook nog onze secret sauce bij.”

Zo is Mindt eerlijk over het feit waarom het elektrische sportlabel van Volkswagen, GTX, niet aansloeg. “Er zat te weinig secret sauce op”, erkent hij. “Die bestaat uit drie ingrediënten: een gevoel voor humor, meer kwaliteit leveren dan mensen verwachten en verborgen sportiviteit. Om met die eerste te beginnen; de golfbal op de pook van de eerste GTI was een grapje.

Nou hebben we in de ID. Polo GTI geen pook meer, dus komt de golfbalstructuur voortaan terug op de optionele lichtmetalen wielen. De retromodus van de digitale cockpit en het centrale infotainmentsysteem van de ID. Polo is nog zo’n voorbeeld. Die is niet serieus bedoeld.

En mensen vinden het fantastisch; oude meters voor hun neus, een klassieke radio in het midden, zo’n typisch digitaal klokje. Dan component twee: kopers verrassen met onze kwaliteit. Kijk naar het fraaie, tweekleurige stuurwiel van de ID. Polo. Dat is een Bentley-element, dat je normaal gesproken niet terugziet in deze klasse.

En bij nummer drie, verborgen sportiviteit, kom ik terug op wat ik eerder zei: een Volkswagen moet stabiel ogen. Hoe? Door hem visueel breed te maken, met bijna Audi Quattro-achtige wielkasten, waardoor hij stevig op het asfalt staat. Dat straalt niet alleen betrouwbaarheid en veiligheid uit, maar ook dat er iets sportiefs in de auto zit. Het is niet overduidelijk, maar subtiel. En toeschouwers pikken dat op.”

Traditie als uitdaging

Toch is het design van de nieuwe ID. Polo duidelijk evolutionair. De familieband met de brandstofversies van de Polo, oud en nieuw, is niet te missen. Voelt het voor Mindt als een gevangenis dat hij als designer binnen de Volkswagen-lijntjes moet kleuren? “Dat is een goede vraag, maar ik vind niet dat het als een beperking aanvoelt, eerder als een uitdaging. Bij de Polo heb ik te maken met vijftig jaar aan geschiedenis. En ik kan daar de beste elementen uit pikken.

Ontwerpschets van een Volkswagen-model
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

Is het nu lastiger om een auto te ontwerpen dan twintig jaar geleden? Ja en nee. Sommige dingen zijn complexer geworden, zoals het feit dat je bijvoorbeeld met steeds strengere veiligheidseisen te maken hebt. Maar dan moet je compromissen sluiten. Collega’s klagen daar soms over en dan zeg ik tegen ze: stel dat je op een dag door je eigen ontwerp wordt overreden. Dan wil je toch dat de voetgangersveiligheid optimaal is?”

Elektrisch, maar herkenbaar

De Volkswagen ID. Polo heeft een veel traditioneler silhouet dan de ID.3. Waarom is dat? Toen elektrische auto’s in opkomst waren, hoorden we regelmatig van ontwerpers dat er nu nieuwe vormen mogelijk zouden worden, omdat er geen verbrandingsmotor meer voorin hoeft. Volgens Mindt heeft dat deels te maken met de verwachtingen van klanten, maar ook met het simpele feit dat je het liefst geen lel van een voorruit wilt.

“Op zonnige dagen heb je dan een oven in je interieur, waarvoor je energie nodig hebt om het af te koelen. Energie die je het liefst zou gebruiken om te rijden. Daarom willen we het dashboard zo kort mogelijk houden. Een meter kunststof onder de voorruit warmt alleen maar op. Dat is één van de lessen die we hebben geleerd van de ID.3. Een andere is dat klanten graag minder ‘plastic’ op het dashboard willen, dus dat is nu weg.”

Denkt Mindt dat het moeilijker is voor fabrikanten om hun merkidentiteit te behouden nu het gros van de nieuwe modellen elektrisch is? “Zeker. En dat komt omdat de techniek zelf weinig karakter meer heeft. Een zes-in-lijn klinkt en voelt anders dan een zescilinder boxer, maar een elektromotor is een elektromotor. Toen ik bij Audi werkte, was Quattro-vierwielaandrijving nog een unique selling point. Nu kan iedere elektrische auto dat hebben, dus is het aan de ontwerpers om het verschil te maken.”

Op de grens van gimmicky

Een model als de ID. Polo GTI moet bepaalde designaspecten hebben om herkenbaar te zijn, zoals de rode bies in de grille, maar volgens Mindt kun je daarin ook te ver gaan. “De scheidslijn tussen te subtiel en te gimmicky is dun. Gaan we daar soms overheen? Uiteraard. Zo hebben we op een vroeg studiemodel van de ID. Polo GTI de I in de typeaanduiding veranderd in een bliksemschichtje. Dat was te veel, dus zijn we daarvan afgestapt.”

Andreas Mindt achter het stuur van de Volkswagen ID. Polo GTI
(Afbeelding: Noël van Bilsen)

Mindt durft ook best toe te geven dat hij niet alle ontwerpen waarbij hij betrokken is geweest, even geslaagd vindt. “Ik heb aan de eerste generatie Tiguan gewerkt en als ik dat model nu zie, dan denk ik: er zit te veel een wigvorm in. Ook had de originele Golf Plus wat meer glasoppervlak mogen hebben, wat mij betreft. Afijn, zo gaat dat. Met iedere auto doe je ervaring op en die neem je mee naar het volgende project. Ik ben bijzonder tevreden met de Golf 7, trouwens. Die is precies goed.”

Niet bang voor de toekomst

In de jaren negentig was Mindt bij Bentley medeverantwoordelijk voor de uitzinnige Hunaudières Concept. Mist hij uit de band springen? “O, ik heb knotsgekke ideeën, hoor! En misschien ga ik die wel gebruiken in een concept-car. Ik kan hier uren over vertellen.

Bijvoorbeeld over hoe een auto eruit zou kunnen zien als autonome rijsystemen eindelijk op niveau vijf werken en dus volledig zelfrijdend zijn. Dan heb je geen stuur meer nodig, geen veiligheidsgordels, et cetera. Hoe zou een 500 km/h snelle supersportwagen dan zijn?

Misschien heeft-ie wel de vorm van een soort grafkist, waarin je als passagier ligt, net als Dracula, zonder glas om je heen. Je kan echt bizarre vormen bedenken. En als je er dan mee naar het strand gaat, kan het dak open, zodat je daar de ervaring hebt van het flaneren in een oude spider. Dus je hoort het: ik ben niet bang voor de toekomst. Verre daarvan. Want met alle nieuwe technologie die eraan komt, kunnen we de mafste dingen bedenken.”

Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.

Remco Slump
Geschreven door Remco Slump

Heintje Davids van Autovisie. Begon in 2005 als stagiair en kwam terug in 2007, 2013 én 2022. Rijdt een BMW-motor, maar zou liever een 850CSi hebben.

Het interessantste autonieuws rechtstreeks in je inbox

Meld je aan voor de Autovisie nieuwsbrief, dan praten wij je ieder weekend bij over het interessantste autonieuws.