Voor- of achterwielaandrijving? Atmosferisch of met turbo? Senna is de grootste, nee toch Schumacher. Terwijl we allemaal liefhebber zijn, zit de autowereld vol tegenstellingen. Niks mis mee want wat is nu mooier dan zulke bij voorbaat winnaarloze debatten met elkaar voeren? Vandaag: youngtimerliefhebbers zijn de echte klassiekerfans van nu.

Nee, dit wordt niet weer een verhaal over torenhoge klassiekerprijzen. Over stijgingen, percentages en beleggers. Nou ja, niet helemaal. Want hoe klaar we ook bij Autovisie zijn met oldtimers bespreken alsof het gaat om de koersen van Beursplein 5; het is een trend waaraan je niet helemaal lijkt te ontkomen. Het goede nieuws is dat het misschien toch kan.

Want in de schaduw van de krankzinnige prijsstijgingen is er nog een plek waar je voor leuke prijzen hele fijne auto's kan kopen. Denk aan een paar duizend euro voor een achterwielaandrijver met dikke drieliter V6 (Alfa 75), minder dan drie mille voor de maatstaf van alle kleine sportwagens (Mazda MX5) en sub tienduizend euro voor een Porsche in de vorm van een Boxster. Ik heb het over de youngtimer-scene.

Onder 'echte liefhebbers' wordt er vaak een beetje meewarig om gelachen. Die petjes met hun opgeknapte BMW E30's. Dikke wielen eronder en dan maar gummen rond de rotonde. Net zolang tot de Wanli's uit elkaar klappen. Of liefhebbers van dikke Amerikanen uit de jaren tachtig. Gorgelende V8, maar een wegligging van nul komma nul. Dat kan je toch niet serieus nemen? Ik zou eigenlijk precies het tegenovergestelde willen betogen.

De klassiekerscene zoals we die nu kennen, begon in de jaren vijftig en zestig met kerels die voor niet te veel iets stoers wilden rijden. Voor een prikkie kochten ze Bugatti's en ander vooroorlogs spul. Restaureren? Dat deden ze gewoon in de schuur en een nieuw verflaagje met de roller aanbrengen, was allesbehalve een uitzondering. Naarmate de jaren verstreken en het grote geld de sector in kwam, veranderden de Bugatti's en Ferrari's in investeringen. Waar je bij wijze van spreken alleen met fluwelen handschoenen nog aan mag laten sleutelen.

Tegen die achtergrond is het zo leuk om mensen zoals Suus Hogeling tegen te komen. Ik interviewde haar afgelopen week over de Buick LeSabre (1985) die ze net had gekocht. Een enorm bakbeest naar klassiek Amerikaans recept. Maar de passie waarmee de wijkverpleegkundige erover sprak, was aanstekelijk. Net als haar anekdotes over hoe ze in haar BMW 1602 driftend haar winterse rondes doet. Echte liefde voor echte auto's. Daar was het allemaal toch om begonnen?

DX087_42A5_9[1]

Suus Hogeling met klassiekerspecialist Roy Bolks in haar LeSabre.