Een nieuw seizoen, dus nieuwe klachten van Max Verstappen-fans over onrecht op de baan. Carlos Sainz had volgens hen subiet opzij gemoeten voor zijn snellere teamgenoot. Ze weten niet wat ze vragen. Door teamorders of op andere manier gemanipuleerde races gaan altijd de geschiedenis in als pijnlijke episodes. Terwijl voor op het scherp van de snede behaalde resultaten het tegendeel geldt.

De lijst met sneue teamorderwedstrijden is lang. Een stuk langer dan Max en zijn frêle Spaanse teamgenootje. Maar weinig F1-wedstrijden waren zo lastig te verteren als de Oostenrijkse GP van 2002.

Ferrari draaide in die jaren maar om één man: Michael Schumacher. Wie naast hem reed, moest vooral achter hem blijven. Eddie Irvine vond het allemaal best zolang de lire's uit Maranello bleven komen. Rubens Barichello was er minder tuk op en wilde op een gegeven laten zien dat hij regelmatig sneller was dan de wereldkampioen. Op Spielberg maakte hij zijn punt. Pas in de laatste ronde liet de Braziliaan Schumacher na aandringen van de teamleiding voorbij. Het publiek vond het – terecht – walgelijk en liet dat duidelijk blijken.

"Het publiek vond het - terecht - walgelijk en liet dat duidelijk blijken"

Autosportbond FIA verbood hierna het gebruik van teamorders. Om er alleen achter te komen dat die regel onmogelijk handhaafbaar was, waarna de restrictie weer werd opgeheven. Ironisch genoeg op gezag van Jean Todt; in eerdere levens de architect van zoveel gefikste Schumi-winsten en als teammanager bij Peugeot niet vies van het bepalen van een Dakar-winnaar.

Dat grote teams, waar honderden miljoenen in een campagne zijn geïnvesteerd, het matig zien zitten dat hun rijders elkaar van de baan af kegelen, is begrijpelijk. En dat ze daarom teamorders uitvaardigen, is dat in essentie ook. Helemaal in situaties waarin een titel of een overwinning op het spel staat. En toch moet je het als autosportfan en zelfs coureur eigenlijk niet willen. Want wat is een overwinning of een betere klassering nu waard als je hem cadeau hebt gehad?

We hebben het over Spielberg 2002 alleen nog in negatieve zin. Zoals rond de zeven titels van Schumacher in bredere zin de geur van geritsel en bedrog hangt. Terecht? Vast niet helemaal, maar de Duitser en de mensen om hem heen hebben het met deze tactiek wel over zich afgeroepen. Tegelijkertijd ging het trio titels van de ook bepaald niet heilige Ayrton Senna heel anders de geschiedenis in. Waarom? Omdat Senna voor een team reed waar zo goed als nooit teamorders waren en hij dus voor elke overwinning heeft moeten knokken. Altijd op het randje en soms erover. Vraag maar aan Alain Prost.

LEES OOK: DIT ZIJN DE FORMULE 1-AUTO'S VOOR 2016

Of aan Nigel Mansell. Het grote gevecht tussen hem en Senna in Monaco (1992) hoort bij de mooiste rondes uit de F1-historie. Net als Sainz gisteren rijdt Senna extreem verdedigend. Met succes want zelfs op nieuwe banden komt Mansell er niet langs. Na afloop prees iedereen – de Brit incluis – Senna. Dit was het toppunt van racen. En zo is het nog steeds. Winnen doe je door te knokken. Niet door via de radio te jammeren dat je teamgenoot weigert opzij te gaan.

Grand Prix van Oostenrijk 2002 - Barichello laat Schumacher voor

Grand Prix van Monaco 1992 - Senna versus Mansell