Het bouwen van een Volkswagen ID.3 kost ongeveer 40% minder dan het bouwen van een Volkswagen e-Golf. Dat vertelde Herbert Diess aan investeerders vandaag. Hij legde ook uit waarom dat zo is.


De Volkswagen Golf is al jaren één van de belangrijkste en meest verkopende auto's van Volkswagen, maar het lijkt erop dat z'n dagen geteld zijn. Niet omdat VW zo graag van het model af wil, in tegendeel zelfs. Maar eerder omdat de wetgeving rond uitstoot van auto's de verbrandingsmotor, en dus ook de Golf, de nek omdraait. Gelukkig heeft de Golf al een elektrische opvolger: de Volkswagen ID.3. Naast dat dit model geen last heeft van wetten rondom uitstoot, is hij ook nog een uiterst voordelig om in elkaar te schroeven. Het bouwen van een ID.3 kost VW namelijk 40% minder dan het bouwen van een e-Golf.

ID.3

Dat vertelde Herbert Diess, CEO van Volkswagen, vandaag tegen investeerders. Volgens de baas is de kostenbesparing voor een groot deel een gevolg van het elektrische platform waarop de ID.3 gebouwd wordt. Deze heeft namelijk veel minder structurele versteviging nodig omdat de batterij hiervoor zorgt.

"Als je focust op het elektrische platform, brengt dit al met een al een kostenbesparing van 40% met zich mee ten opzichte van zijn voorganger, de elektrische Golf. Het grootste gedeelte hiervan komt voor rekening van het batterijsysteem, ongeveer 5-10% komt doordat we een de hele fabriek hebben gewijd aan het bouwen van elektrische voertuigen.

Winst

Doordat de ID.3 goedkoper in de productie is, denkt Volkswagen dat het geen probleem zal zijn om toekomstige elektrische auto's winstgevend te maken. Daardoor heeft het merk er vertrouwen in dat het de overstap van verbrandingsmotor naar elektromotor kan maken zonder de winstmarge te verlagen.

Dat het bouwen van de ID.3 bijna de helft goedkoper is dan het bouwen van een Golf, betekent overigens niet dat de auto goedkoper is. De gebruikte onderdelen zijn in dit stadium van het overstappen naar elektrische aandrijving nog relatief duur. Dat is ook de reden dat veel fabrikanten zich op dit moment terugtrekken uit de markt voor kleine stadskarretjes. Door de strenge uitstootnormen zijn deze amper winstgevend meer en de overstap naar een elektrische aandrijving is nog te duur voor deze modellen. Daardoor zouden ze in een compleet ander prijssegment terechtkomen en dus niet meer verkopen. Veel fabrikanten wachten dan ook op het moment dat onderdelen voor elektrische aandrijflijnen in prijs dalen.