Er was maar één reden waarom ik als kind Indianapolis 500: The Simulation speelde. Je kon tegen het verkeer in rijden en vol op aanstormende Indycars klappen. Want verder was de game toch veel te moeilijk.

Indianapolis 500Indianapolis 500


Indianapolis 500: The Simulation van Papyrus Design Group was een van de eerste pogingen om een echte racesimulator naar de personal computer te brengen. Het spel was meedogenloos. Het verwachtte niet alleen dat je een race van 60 of 200 ronden over de Indianapolis Motor Speedway kon volbrengen, maar ook dat je dat vrijwel foutloos kon. Want als je met de muur of een van de 32 andere Indycars in contact kwam, kon je het wel vergeten. Met schade aan één wiel kon je nog naar de pits strompelen, maar meer malheur zorgde onherroepelijk voor een DNF.

LEES OOK: SNEL SPEL - VIRTUA RACING (1992)

En dat was nog niet alles. Indianapolis 500: The Simulation deelde ook willekeurige problemen uit. Zo kon het gebeuren dat je na 198 perfect gereden ronden opeens een olielek had, of een defect aan de motor, versnellingsbak, ontsteking, radiateur, koppeling, wiellagers en nog veel meer. Daarbij moest je zelf schakelen en kon je de krachtbron van je gele Penske-Chevrolet, rode Lola-Buick of blauwe March-Cosworth maar beter niet te hoog in de toeren laten lopen, want anders blies je hem op.

Indianapolis 500Indianapolis 500


Hoe dan ook, voor zijn tijd was Indianapolis 500: The Simulation een indrukwekkende game. De graphics waren 'state of the art', de rijeigenschappen van de auto's relatief realistisch en de mogelijkheden om je Indycar in te stellen bijzonder uitgebreid. Toch had het spel in Europa twee grote handicaps. Indycar is bij ons niet zo bekend als Formule 1 en bovendien houden wij hier niet van het eindeloze rondjes rijden wat bij de Indianapolis 500 hoort.