Het Volkswagen-concern komt met een tweede platform voor elektrische modellen. dat heeft dochtermerk Seat tijdens de bekendmaking van de jaarcijfers mogen aankondigen. De Spaanse divisie van het Duitse autobedrijf zal een deel van de ontwikkeling van de architectuur voor zijn rekening nemen.

Volkswagen-e-UpVolkswagen-e-Up


Het nieuwe, nog naamloze platform komt naast de MEB-architectuur, zoals die later dit jaar als basis voor de elektrische Volkswagen ID gaat dienen. Het is bedoeld voor stadsauto’s, waarbij de lengte van de modellen is beperkt tot vier meter. De bodemsectie komt niet alleen voor Volkswagen en Seat beschikbaar, ook zustermerk Skoda zal gebruik maken van de architectuur.

Minder dan 20 mille

Volgens Seat is het plan om het platform in 2023 in productie te nemen. Als eerste verschijnt een stadsauto met een prijskaartje van minder dan 20.000 euro. Het wordt de opvolger van de elektrisch aangedreven Seat Mii die later dit jaar verschijnt. Voor Volkswagen en Skoda lost de elektro-auto de e-Up en de elektro-Citigo, die Skoda binnenkort aankondigt, af.

SEAT Minimo (6)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (1)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (2)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (9)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (8)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (7)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (5)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (4)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (3)
SEAT Minimo
SEAT Minimo (10)
SEAT Minimo

Micromobiliteit

De Spaanse autobouwer kondigde al eerder aan zich ook te richten op micromobiliteit. Een voorzet voor een dergelijk model gaf Seat afgelopen maart op de Autosalon van Genève in de vorm van de Minimó-concept car. Deze concurrent van de Renault Twizy is een tweezitter, waarbij je achter elkaar zit. Het studiemodel is 2,50 meter lang en 1,24 meter breed. Je zou dus met twee Minimó’s op één rijstrook zij aan zij kunnen rijden. Wanneer Seat de Minimó in de verkoop neemt, is nog niet bekend.