Zou het een record zijn? Want als het op kort bestaande automerken aankomt, spant het Italiaanse Qvale toch wel de kroon. Het werd in 2000 opgericht en ging twee jaar later alweer ter ziele.

qvale_mangusta_3


De kleine fabrikant was het geesteskind van de Amerikaan Bruce Qvale. Zijn Noorse vader Kjell was importeur in de Verenigde Staten voor de merken MG, Austin, Morris, Jaguar, Rolls-Royce, Porsche, Volkswagen, Maserati, Lamborghini en De Tomaso. In die hoedanigheid stond hij aan de wieg van de Jensen-Healey, was hij een van de oprichters van het Pebble Beach Concourse d’Elegance en bedacht hij het concept voor de Corkscrew-bocht op het circuit van Laguna Seca.

Het verhaal van de Qvale Mangusta gaat terug naar 1996, toen het Italiaanse merk De Tomaso op de Autosalon van Genève de Biguà voorstelde. De Argentijnse oprichter Alejandro de Tomaso wilde zijn bedrijf nieuw leven inblazen, maar door financiële problemen moest hij voor de ontwikkeling van de auto op zoek naar een partner. Dat werd Bruce Qvale, die op dat moment de importeursorganisatie van zijn vader runde.

"De Tomaso stond niet toe dat zijn naam werd gebruikt"

Maar helaas, toen de eerste exemplaren van de De Tomaso Mangusta werden uitgeleverd – de naam Biguà moest wijken voor een historische typeaanduiding – liep de samenwerking spaak en nam Qvale de licentie op de auto over. De Tomaso stond echter niet toe dat zijn naam werd gebruikt, dus kwam de Mangusta als Qvale op de markt. De eerste auto’s waren echter al als De Tomaso geleverd, dus moesten ze terug naar de fabriek voor een logowissel.

De Qvale Mangusta werd, zoals ook de vroegere De Tomaso Mangusta en Pantera, aangedreven door een achtcilinder van Ford, een 324 pk leverende 4,6 liter V8 om precies te zijn. Deze stelde de wagen in staat om 97 km/h (60 mph) te bereiken in 5,3 seconden en door te stomen naar een top van 257 km/h. Wie de optionele viertraps automaat aanvinkte op het orderformulier moest genoegen nemen met een 7 km/h lagere top.

De Tomaso Biguà


De Tomaso Biguà

Het ontwerp van de Qvale komt uit de koker van Marcello Gandini. Alejandro de Tomaso was zeer gecharmeerd van de TVR Griffith en wilde een soortgelijk model voor zijn eigen merk. Daarom werd Gandini rondgereden in een Griffith voordat hij aan het tekenen van de Mangusta begon. De auto moest net als zijn inspiratiebron een cabriodak krijgen dat half open en helemaal open kon. Die van de Mangusta werd niet van stof, maar van metaal.

De eerste De Tomaso Mangusta rolde op 10 november 1999 van de band, waarna nog bijna dertig exemplaren volgden die voor homologatiedoeleinden en botsproeven werden ingezet. Het model werd op 6 januari 2000 op de Los Angeles Motor Show voorgesteld. Bruce Qvale kondigde er de terugkeer van De Tomaso naar de Verenigde Staten aan. Om dat aan te jagen ging Qvale Motorsports race met de Mangusta in de BF Goodrich Tires Trans-Am Series.

"Alejandro de Tomaso was gecharmeerd van de TVR Griffith"

Door onmin tussen De Tomaso en Qvale ging de Mangusta echter verder zonder zijn bekende merknaam en dat had invloed op de verkopen, helemaal omdat de ontwikkeling van de Amerikaanse economie begon te haperen. Van 2000 tot en met 2002 verkocht Qvale niet meer dan 284 auto’s, waarvan het merendeel naar de Verenigde Staten verdween. Na twee jaar was het over en uit voor de fabrikant.

Hoewel, het verhaal van de Mangusta was nog niet helemaal afgelopen. MG Rover had namelijk interesse getoond in de wagen en kocht uiteindelijk het platform om op basis daarvan de MG XPower SV te ontwikkelen. Helaas was die ook geen lang leven beschoren. Tussen 2003 en 2005 (toen MG Rover failliet ging) werden er iets meer dan tachtig gebouwd, allemaal met de bekende 4,6 liter V8 van Ford voorin.

qvale_mangusta_5
qvale_mangusta_5