Er gaat geen maand voorbij dat er niet een Mercedes-Benz 300 SL wordt geveild. En toch is het exemplaar dat op 10 december bij RM Auctions onder de hamer gaat uniek. Stirling Moss reed de wagen in 1956 naar de tweede plaats in de Tour de France Automobile.

NY15_r129_001


Daarbij is chassisnummer #5500640 de eerste van vier W198 straatauto’s die in 1955 door de Sportabteilung van Mercedes-Benz werden omgebouwd naar racespecificatie. Het merk haalde zijn grote successen met de W194 300 SL Coupé en W196 300 SLR, maar zette de aangepaste W198’s in voor training en testwerk. In die hoedanigheid is deze 300 SL waarschijnlijk gebruikt door onder meer de fabriekscoureurs Juan Manuel Fangio en Stirling Moss.

Om de Gullwing klaar te maken voor zijn circuitwerk monteerde de Sportabteilung onder meer een 240 pk sterke zescilinder-in-lijn met een aangepast nokkenasprofiel, speciale wielen, een andere brandstofpomp, uitlaat en olietank, geventileerde trommelremmen en instelbare wielophanging. Na zijn conversie tot raceauto heeft de 300 SL dertien maanden doorgebracht bij het fabrieksteam van Mercedes-Benz, waarna hij verkocht is aan een particulier.

Deze Hans Hommel schafte de 300 SL aan voor zijn vriend Georges Houel, een Franse rugbyspeler, motorcoureur en liefhebber van de Tour de France Automobile. Houel werd persoonlijk door Stirling Moss ingeseind dat de Mercedes-Benz in de verkoop zou gaan, maar had niet genoeg geld. Hij wist Hommel te overtuigen om de wagen voor hem te financieren en in te zetten in de Tour de France. Moss zou de 300 SL rijden.

"Moss reed de 300 SL van een kansloze positie naar de tweede plaats"

Met hem achter het stuur verscheen de Gullwing in 1956 aan de start met op de flanken het nummer 149. Helaas had de coupé op de diverse rallyproeven van de Tour de France last van mechanische problemen. Moss was naar verluidt zo gefrustreerd dat hij uit de race dreigde te stappen. Gelukkig wist een klein garagebedrijfje in Grenoble de euvels te verhelpen en kon de Britse coureur verder. Hij reed de 300 SL van een vrijwel kansloze positie naar uiteindelijk de tweede plaats.

In de jaren na de Tour de France reed de Sportabteilung Gullwing nog meer rally’s. Hij werd in 1956 derde in de Coupes du Salon en vijfde in de Rallye d’Automne en Tour de Corse, maar wist daarna geen potten meer te breken. Via een tweede eigenaar en een Mercedes-dealers kwam hij in 1966 terecht in de handen van de vader van de huidige bezitter. Deze gebruikte de 300 SL een jaar lang, maar zette hem daarna veertig jaar lang weg.

Zijn zoon kreeg de auto in 2008 en liet hem uitgebreid restaureren. Van de vier door de Sportabteilung aangepaste 300 SL’s is bekend dat er nog twee bestaan. Daarmee is dit waarschijnlijk de zeldzaamste Gullwing die er is en dat vertaalt zich in de prijs. Voor gewone 300 SL’s worden al bedragen van boven een miljoen betaalt, maar RM Auctions verwacht dat deze tussen de 4,6 en 6,4 miljoen euro zal opbrengen.

NY15_r129_022
NY15_r129_022