Op iedere verkochte Bugatti Veyron verloor de Volkswagen Group bakken met geld. En toch komt het concern met een opvolger in de vorm van de Chiron. Daarmee lijkt Bugatti eindelijk echt een toekomst te hebben, na het debacle van de EB110 in de jaren negentig.

bugatti_eb110_gt_6


Net als onder meer de Jaguar XJ220 en de Cizeta-Moroder C16T was de Bugatti EB110 gedoemd om te mislukken vanaf het moment dat hij op de markt kwam. De hypermoderne supersportwagen werd ontwikkeld in de decadente jaren tachtig, maar werd geïntroduceerd net toen begin jaren negentig (1991) de wereldeconomie in een recessie belandde.

"De EB110 was een van de snelste en meest geavanceerde auto's van zijn tijd"

Uiteindelijk zijn er toch nog zo’n 110 exemplaren van de EB110 verkocht, maar dat was niet genoeg om Bugatti Automobili S.p.A. met het hoofd boven water te houden. Het bedrijf werd in 1987 opgericht door de Italiaanse ondernemer Romano Artioli, die de rechten op de naam Bugatti kocht, maar ging al in 1995 ten onder.

Dat neemt niet weg dat de EB110 een van de snelste en meest geavanceerde auto’s van zijn tijd was. De Bugatti werd aangedreven door een 3,5 liter V12 met vijf kleppen per cilinder en vier turbo’s (net zoveel als de Veyron). Die stuurde zijn vermogen van 560 pk via een handgeschakelde zesbak naar alle vier wielen.

bugatti_eb110_gt_8
bugatti_eb110_gt_8

In 1992 introduceerde Bugatti de lichtere en krachtigere EB110 SS (voor Supersport). Deze woog 200 kg minder dan de ‘reguliere’ EB110 (1420 tegenover 1620 kg) en was 40 pk krachtiger. Hiermee kon de SS in 3,2 seconden van stilstand naar 100 km/h sprinten en door naar een top van 350 km/h. Zijn minder sterke broer schopte het tot 3,5 seconden en 342 km/h.

"De bekendste eigenaar van een EB110 SS is ongetwijfeld Michael Schumacher"

De bekendste eigenaar van een EB110 SS is ongetwijfeld Michael Schumacher. De zevenvoudig Formule 1-kampioen kocht een gele in 1994, die hij in 2003 weer van de hand deed. Onder meer Derek Hill, zoon van Formule 1-titelhouder Phil Hill, reed met de EB110 de 24 uur van Daytona. In 1994 verscheen Bugatti ook aan de start van de 24 uur van Le Mans.

Speciaal voor de productie van de EB110 was in het Italiaanse Campogalliano overigens een compleet nieuwe fabriek neergezet (de bouw begon in 1988 en was klaar in 1990). De plannen voor Bugatti waren ambitieus. Het bedrijf introduceerde in 1993 een grote sedanstudie (de EB112, waarvan drie werden gemaakt), was gestart met de ontwikkeling van de America en zou naar de beurs moeten gaan.

De America had een model moeten worden voor de Verenigde Staten, maar de wagen kwam niet verder dan de ontwerpfase. Niet alleen had Bugatti-oprichter Artioli zijn hand overspeelt door Lotus te kopen, ook vielen de ontwikkelingskosten van de EB112 ontzettend hoog uit en klapte de markt voor supersportwagens genadeloos in elkaar.

"Bugatti-oprichter Artioli had zijn hand overspeelt door Lotus te kopen"

Artiolo verkocht Lotus aan het Maleisische Proton en deed de licentie voor de EB110 over aan het Duitse Dauer Racing. Dat kocht ook de onderdelenvoorraad, waarna het bedrijf nog een aantal EB110 SS-exemplaren bouwde. In 2010 werd in Monaco een zwarte Dauer EB110 geveild voor 394.850 euro. Dauer zelf ging in 2008 failliet. De rechten op het merk Bugatti gingen in 1998 naar Volkswagen.

De laatste overgebleven EB110-chassis’ werden door het Italiaanse B Engineering gebruikt voor zijn Edonis. Deze zou in een oplage van eenentwintig stuks op de markt gebracht worden, maar dat aantal werd nooit gehaald. De machine haalde 670 pk uit een tot 3,7 liter vergrote EB110-twaalfcilinder met twee grote turbo’s in plaats van vier kleine.