De wereld is vandaag een iconische voetballer verloren. In 1972 sierde Johan Cruijff de cover van Autovisie magazine, samen met zijn Datsun 240 Z. Zijn wekelijkse vrije dag op woensdag bracht hij destijds vaak door met rustieke tochtjes in de 240 Z op een rustig tempo. Opvallend, want hij hield niet van "getreuzel", zoals hij riep in onderstaand interview.

Autovisie cover Johan CruijffAutovisie cover Johan Cruijff


BEKIJK HIER HET INTERVIEW MET JOHAN CRUIJFF IN DE ORIGINELE MAGAZINE OPMAAK UIT 1972 (PDF)

Naast Johan Cruyff zitten is een belevenis apart. Wei zou iets anders durven beweren? Je zit ten slotte bijna schouder aan schouder met een beroemdheid. zomaar alsof het niet is. Als je ook nog net van hem hebt vernomen dat de grote man onderweg - met name bij stoplichten - altijd wel door een vreemde die of gene wordt herkend, dan begint het toch een beetje spannend te worden.

Je probeert stiekem een licht arrogant gezicht uit, kost geen moeite, en wacht af. Vanaf het Ajax-stadion naar Cruyffs Vinkeveense huis in één ritje is bijna 25 kilometer. Wellicht dat een voetbalminnende burger dan eens in je richting kijkt. Ook al is die blik bedoeld voor de sturende buurman, je hebt in ieder geval het genoegen gehad te kunnen kijken met een uitdrukking: "naast hem zit ik zo vaak".

Het toeval wilde echter dat tijdens de rit geen der stoplichten naar de inhoud van hun letterlijke betekenis functioneerden. Er werd zodoende niet één keer gekeken. Het aparte om met Johan Cruyff auto te rijden, blijft er echter niet minder om. Want was hij een onopvallend maatschappij-nummer geweest, niemand zou zich geërgerd hebben aan een hem betreffende volkse uitdrukking als "zenuwlijder". Nu hij als bekend goalgetter zijn geld verdient, heet Europa's voetballer van jaar een "raspaard" te zijn. Waarmee in dit verband alleen gezegd wil zijn, dat je hem beter in zijn eentje kunt laten rijden.

Raspaard

Hij bedient namelijk met zijn kostbare voeten het gas- en rempedaal tamelijk nerveus. Als dit in een beste burgermansauto gebeurt, kan een doorgaans perfect werkend orgaan als de (bijrijders)maag zoiets nog met enige moeite verwerken. Heb je daarentegen onder de goedgekostumeerde gat de beschikking over 152 gemotoriseerde paarden en laat je die onder de motorkap van de knap gemodelleerde Datsun 240 Z afwisselend als een razende hollen en stilstaan, dan is daar weinig tegen bestand.

In zo'n geval geef je je noodgedwongen over aan de rijkunst van Johan Cruyff. Want uitstappen is er uiteraard niet bij. De scherts en overtrokken persoonlijke bewondering terzijde schuivend, moet worden gezegd dat Johan Cruyff een verschrikkelijk aardige jongeman is, die soms professioneel achter het stuur van zijn Datsun zit.

Rustieke tochtjes

En dat is heel wat waard - zo'n woord valt nu eenmaal gemakkelijk als je met Cruyff praat - als je 30.000 kilometers per jaar rijdt. De verzonken zit leidt overigens gemakkelijk tot de bekende houding van bijna gestrekte "tien-over-tien-armen", die snelle reacties mogelijk maakt.

De meeste van die 30.000 kilometers komen op rekening van de woon-werkritten, dus van Vinkeveen naar het Ajaxstadion en terug. Tussen twee haakjes, al 3,5 jaar wonen Johan Cruyff, echtgenote Danny en de twee kinderen (zij korter) in hun bescheiden eengezinswoning. Daar komt nog een jaar bij. Pas dan zal hun aanzienlijk ruimere behuizing, die op papier als is uitgetekend, klaar zijn. Die komt te staan midden op een lap weiland, niet ver van waar het echtpaar nu huist. Rust en natuurschoon verwacht Cruyffie daar te vinden. Want dat is waar hij (onder meer) van houdt.

Zijn wekelijkse dag vrij, de woensdag, wordt dan ook vaak doorgebracht met het verrijden van rustieke tochtjes in de omgeving. "Dat vind ik heerlijk", zegt Johan. "Dan genieten Danny, de kinderen en ik. In deze streek is nog genoeg moois te vinden. Net zoals hier bijvoorbeeld".

Gevaarlijk inhalen

Dat hier is inderdaad een bekoorlijk binnenpad, dat hij op weg naar huis af en toe neemt als hij geen haast heeft. Meestal heeft hij die wel en dan garandeert een in de verte parallel lopende autosnelweg een snelle thuiskomst. "Nooit harder dan 130 km/u, dan rijdt de auto het lekkerst voor mij". Blijkbaar vragen dit keer geen haastige beslommeringen Cruyffs aandacht.

Misschien is de keuze van de route ook ingegeven door het vriendelijke verzoek van de Autovisie-fotograaf om, de beperkingen van zijn Citroën GS kennende in vergelijking met de imponerende 240 Z, niet zo snel te rijden. Hetgeen geschiedt. Ofschoon zoiets rekbare kanten heeft. Als Johan Cruyff namelijk gas geeft dan gaat de benzinefabriek ook abrupt op volle toeren werken. En remt Johan Cruyff zijn auto af dan wordt er ook zo snel mogelijk gestopt. Verdiensten die hij telkens opnieuw aan de auto toeschrijft. “Dat is nu wat ik een sportieve auto noem. Aan zoiets heb ik behoefte, er moet pit in zitten, maar als het nodig is wel gelijk stilstaan.”

Veiligheid

De belangrijkste voorwaarde die hij aan een auto stelt is veiligheid. Een begrip dat hij even later zonder enig gevaar te zien “bespot” als hij op de smalle weg onder het excuus van “ik kan niet tegen treuzelen” vlak voor een blinde bocht een rits vrachtwagens passeert.

Hoe zou de Europa Cupfinale verlopen, zo denk je achteraf, als op dat moment een auto de hoek om was gekomen. Maar goed, hij is de bestuurder, hij heeft nog nooit een ongeluk gehad. Dat hij bij Zandvoortse Rob Slotemaker binnenkort een slipcursus gaat volgen, staat hier los van.

Van een auto verwacht Johan Cruyff ook een leuk aanzien en veel comfort. “Daar heb ik bij dit model niet over te klagen. Alleen weinig ruimte achterin. Met twee kinderen wordt dat krap. Als ik een andere auto koop, is het alleen daarom. Verder ben ik best tevreden, want aan deze auto – het is eerlijk waar – mankeert nooit wat.” Hetgeen gelukkig voor hem is, want Cruyff weet dat onder de motorkap een motor zit, die het altijd dient te doen, maar daarmee houdt het op. “Een band verwisselen, meer kan ik niet.”

Steeds duurder

De zilverkleurige Datsun van Johan kost twintig mille. Een smak geld, hoewel Cruyffs vorige auto, een Porsche, doorgaans voor heel wat meer geld van eigenaar verwisselt. Daar staat tegenover dat J.C.’s autostart bescheiden was. De eerste aankoop toen hij op achttienjarige leeftijd net zijn rijbewijs had gehaald was een Austin 7. Naarmate zijn ster aan het voetbalfirmament steeg en de invloed van zijn schoonvader Koster-met-de-gouden-handjes toenam, werden de auto’s duurder in prijs. De tweede wagen werd zodoende een Austin Glider, de derde een Austin Healey Sprite, gevolgd door een Porsche en Datsun. Alsof de merkentrouw niet opkan, Danny Cruyff berijdt nu een Austin 7. Dat auto-importeurs happig zijn op beroemde berijders is niet zo’n onthullende conclusie. Ze willen daar best iets tegenover stellen. Toch zegt Johan Cruyff: “Ik heb mijn Datsun gewoon gekocht. Heb alleen de gebruikelijke korting gekregen.” Wel werd de auto hem bij aflevering officieel aangeboden. Hetgeen gebeurtenissen zijn waar ieder zakelijk ingestelde Nederlander duidelijke gedachten over heeft. “Maar”, vertelt Cruyff, “Sinds ik een 240 Z rijd, zijn er in Amsterdam wel ineens twintig van die apparaten verkocht. Zo zie je maar.”

Alleen met de bus

Amsterdam, een drukke en hopeloze verkeersstad. Johan zegt ervan: “Ik kom weinig in de stad, dus zoveel ervaring heb ik niet. Ik weet wel, dat je er met de auto zo vastzit. Vooral nu met de aanleg van vrije banen voor het openbare vervoer. Er is altijd wat te doen. Minister Drees denkt zeker dat er zo meer mensen met de tram gaan. Nou vergeet het maar.”

Zelf gaat Cruyff nooit met de tram of trein. Wel met de bus, maar dan in gezelschap van zijn medespelers. Op weg naar voetbalwedstrijden, op weg naar het Feyenoordstadion om er de EC-finale te spelen. Waarvoor we hem thuis bij het afscheid als zoveelsten succes toewensten. Dag Johan, dag Cruyff, denk onder het autorijden wat meer aan je kostbare benen en zorg dat de beker wordt binnengehaald.