Experts waarschuwen voor populaire microcars: “Je eindigt plat als een pannenkoek”
De afgelopen jaren zijn microcars enorm in populariteit gestegen. Het wegvallende A-segment zal daar deels aan ten grondslag liggen. Maar, zo waarschuwen experts, hecht je waarde aan veiligheid, kies dan liever voor een échte auto.
Het marktaandeel van deze vaak elektrische ‘brommobielen’ is de afgelopen jaren toegenomen. Inmiddels tellen de L6e- en L7e-categorie meer dan 30.000 voertuigen. Ook microcars behoren vallen in die voertuigcategorie. Ze lijken met name op de mobiliteitsbehoeften van jongeren aan te sluiten. Om die reden testte Autovisie vorig jaar de belangrijkste microcarspelers van het moment. Het videoverslag daarvan zie je hierboven.
Microcars als vervanging van het A-segment
Velen zien deze minikarretjes als vervanging van het A-segment dat inmiddels flink is uitgedund. Modellen zoals de Volkswagen Up, Citroën C1 en Opel Adam zijn allemaal weggevaagd. Kleine marges in combinatie met alsmaar striktere emissie- en veiligheidseisen hebben (de betaalbaarheid van) dit segment de nek omgedraaid.
Dat is deels te wijten aan de onafhankelijke crashtestorganisatie Euro NCAP die fabrikanten sinds eind jaren negentig juist aanmoedigt de veiligheid van auto’s te verbeteren. Hoewel dat een invloed zal hebben gehad op de betaalbaarheid, bieden de A-segmenters die nu nog wel bestaan een aanzienlijk betere bescherming dan voorheen.
“Dat is niet te vergelijken met microcars”, vertelt James Ellway aan Autovisie. Hij is expert op het gebied van passieve veiligheid bij Euro NCAP. “De veiligheidseisen voor deze voertuigcategorie liggen véél lager dan bij volwaardige auto’s.”
Dat bleek toen Euro NCAP in 2016 besloot een aantal van deze microcars aan de tand te voelen. “We konden niet onze gebruikelijke tests doen”, legt Ellway uit. “Met die protocollen zouden we ze compleet vernietigen en bleef er niks meetbaars over. Dan zouden ze allemaal zo plat als een pannenkoek eindigen.”
Ondermaatse prestaties op gebied van veiligheid
Ook Richard Schram, technisch directeur bij Euro NCAP, herinnert zich die test nog goed: “Omdat onze reguliere crashtests te heftig waren, moesten we een test verzinnen om de onderlinge verschillen aan te tonen. Welke is minder rampzalig dan de ander.”
James Ellway kan zich nog een schrijnend voorbeeld voor de geest halen. “Ik zag hoe de bevestigingsbout van de gordel nog keurig aan de B-stijl vast zat. Dat is goed, zou je zeggen. Het probleem was echter dat de complete B-stijl van zijn plek was gerukt.”
Mag je door rood rijden om plaats te maken voor een ambulance?
“Wat me het meeste verbaast, is dat ze niet eens veel goedkoper zijn dan de voordeligste auto’s”, vertelt Richard Schram. “Want zelfs de allergoedkoopste échte auto’s staan qua veiligheid mijlenver boven een microcar.”
Soms duurder dan een échte auto
Neem de Microlino die vorig jaar deel uitmaakte van onze duurtestgarage. Aan dat hippe L7e-karretje, waarmee je zelfs op de snelweg mag rijden, hing een prijskaart bijna 25.000 euro. Ter vergelijk: een nieuwe Dacia Spring koop je al vanaf 18.000 euro. Voor dergelijke bedragen zouden ze volgens Schram best aan de Euro NCAP-eisen van vijf jaar geleden kunnen voldoen. Daarmee zouden deze mini’s al een stuk veiliger worden.
Waarom je in deze auto’s nog steeds geen veiligheidsgordel hoeft te dragen
Ook het kleine formaat hoeft geen argument te zijn voor de teleurstellende crashtestresultaten. “Kijk naar de kei-cars uit Japan, die zijn ook heel klein, maar voldoen wel gewoon aan de Japanse NCAP-voorwaarden”, vertelt de technisch directeur van Euro NCAP. “Het zijn heus niet de veiligste auto’s, maar ze presteren beduidend beter dan de microcars die we hier hebben.”
Autovisie bezocht Euro NCAP voor een exclusief kijkje achter de schermen. Die reportage volgt binnenkort. Op de hoogte blijven? Abonneer je dan nu op de gratis Autovisie Nieuwsbrief.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.autovisie.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2024%2F07%2FSchermafbeelding-2024-07-08-om-15.23.25-e1720450180299.png)