De lidstaten van de Europese Unie zijn het eens geworden over de CO2-doelstelling voor 2030. Alle personenauto's die dan nieuw worden aangeboden, mogen samen gemiddeld maximaal 60 gram CO2/km uitstoten, ofwel 37,5% minder dan de norm die voor 2021 gesteld is. De Europese vereniging van autofabrikanten ACEA stelt dat deze doelstelling véél te ambitieus is en duizenden banen in de autosector zal kosten.

Onrealistisch besluit

In een reactie op het EU-besluit zegt de ACEA dat de CO2-doelstellingen worden gedreven door politieke motieven, zonder rekening te houden met de realiteit. Het is te veel gevraagd voor de autofabrikanten die het tempo op het gebied van technische ontwikkeling flink moeten opschroeven.

Dat niet alleen, ook op het gebied van betaalbaarheid en acceptatie van elektrische auto's is er nog een lange weg te gaan. Bovendien moeten in grote delen van Europa enorme investeringen gedaan worden op het gebied van oplaadmogelijkheden en waterstoftankstations.

De ACEA roept de 28 EU-lidstaten en de Europese Commissie op om ervoor te zorgen dat alle voorwaarden voorhanden zijn voor deze agressieve CO2-doelstelling, die tevens duizenden banen op het spel zet. "Binnen tien jaar bijna moet een derde van ons personeelsbestand geschrapt worden. Dat staat gelijk aan 100.000 banen", benadrukte Volkswagen-topman tegenover de Süddeutsche Zeitung.