We zaten er klaar voor, afgelopen week. Na een extreem uitgesponnen ontwikkelingstraject en talloze teasers en concepts cars liet Honda eindelijk de definitieve versie van de nieuwe NSX zien. Waarom zaten we daar zo met smart op te wachten? Een Autovisie-test van de eerste generatie geeft het antwoord.

Honda NSX

Honda NSX

De kop van het artikel uit 1990 spreekt boekdelen. “Maranello, wakker worden!”, schreef toenmalig Autovisie-hoofdredacteur Nico de Jong. “De Honda NSX is fenomenaal. […] De remmen zijn zo goed als de wagen snel is. Met de besturing is het net zo. En qua wegligging kan ik me uit mijn hele langzamerhand wel bar lange ervaring geen auto herinneren die beter was of is.”

De Jong zag zijn aanvankelijke scepsis – hij vroeg zich af of de NSX niet gewoon een schaamteloze kopie van een Ferrari zou zijn – als sneeuw voor de zon verdwijnen bij de aanblik van de auto en de enthousiaste ontwikkelaars erom heen. “Met opmerkelijk weinig van de gangbare Japanse terughoudendheid en geheimzinnigdoenerij werd elk constructiedetail, elke overweging, elk bestudeerd alternatief ook, uit de doeken gedaan. Naarmate het betoog vorderde brak één overtuiging zich onafwendbaar baan: grote grutten, wat zijn deze mensen doelbewust bezig geweest te pogen het optimale te bereiken.”

"Maranello, wakker worden!"

“Er zitten nogal wat materialen uit de Formule 1-techniek in, zoals titanium drijfstangen”, ging De Jong verder. “Kleppen- en ontstekingsdeksel zijn van magnesium. Het machien levert 274 pk bij 7300 toeren, produceert aan maximum koppel 284 Nm waarbij de krukas 5400 maal per minuut roteert en heeft een rode toerentellerlijn op 8000. Dat betekent in de 1370 kilo zware wagen dat elke pk vijf kilo te sjorren heeft. Niet heel erg lang geleden sloeg een Grand Prix-wagen hiermee een behoorlijk figuur.”

En toch heeft de Honda NSX in Nederland nauwelijks potten kunnen breken, ondanks het prijsverschil in 1990 van bijna 45.000 gulden met de Ferrari 348 TB (230.000 gulden voor de Honda, 274.000 gulden voor de Ferrari). De Jong was echter hoopvol. “Alleen met pure kwaliteit kan Ferrari de tweestrijd niet winnen. Tegen de Japanse lans heeft de Italiaanse vorst slechts een klein schildje om zich te verdedigen. Maar het is wel geel en er staat een Cavallino Rampante op! Waardoor het in de toekomst misschien, heel misschien een toverschild met magische krachten zal blijken te zijn.”

Rij-indruk Honda NSX, Autovisie 14, 1990.

Rij-indruk Honda NSX, Autovisie 14, 1990.

Klik hier om het originele Autovisie-artikel te lezen