Nadat Ferrari en McLaren respectievelijk de FXX K en de P1 GTR in productie hebben genomen, volgt nu ook Aston Martin met zijn Vulcan. Tijd voor een 'deep dive' in Aston Martins meest excentrieke sportwagen ooit.

Aston 4


Niet meer dan vierentwintig stuks bouwt Aston Martin van de Vulcan. Productienummer twee is nu in aanbouw. Het allereerste exemplaar heeft na een productietijd van twee maanden al de fabriek verlaten. Het is Aston Martins testvoertuig, dat overigens in handen is van een gefortuneerde koper. De klant heeft de auto beschikbaar gesteld, in de wetenschap dat hij straks een Vulcan met een verhaal heeft.

Aston Martin heeft de oplage overigens nog niet vergeven. Gezien het prijskaartje van omgerekend 2,1 miljoen euro (exclusief belastingen) wellicht voor te stellen, maar toch wist McLaren al tweeënveertig stuks van zijn even dure P1 GTR te verkopen en denkt Ferrari met gemak dertig FXX K’s te kunnen slijten. Hoeveel productieplaatsen Aston Martin nog heeft voor de Vulcan, wil productchef Simon Croft niet zeggen.

We spreken Croft in Aston Martins ontwikkelingscentrum aan de beruchte Nordschleife. Daar staat gedurende enkele uren een Vulcan opgesteld. Het is het exemplaar dat in maart van dit jaar op de Autosalon van Genève in een groene kleurstelling werd gepresenteerd, maar dat nu een oranje tint heeft. ”De auto heeft al meer vlieguren gehad dan de gemiddelde Europeaan”, zegt Croft lachend. De Vulcan reist de hele wereld over. Volgende maand gaat hij naar de Verenigde Staten, waar de Vulcan op het Concours d’Élégance Pebble Beach in Monterey zijn opwachting maakt.

"En ja, er is vraag naar homologatie voor de openbare weg"

Het is een showmodel zonder interieur en aandrijflijn, ook al is de Vulcan Aston Martins 'engineering showcase'. Vanaf het eerste moment is de Vulcan als track day-auto ontwikkeld, waarbij de racewagens van het merk de basis vormden. Met de auto mag echter aan geen enkele FIA-raceklasse deelgenomen worden, ook al is de hypercar volledig opgebouwd met door de FIA gecertificeerde componenten. Voor de vierentwintig klanten zal Aston Martin gedurende drie jaar verschillende evenementen organiseren.

Aston Martin heeft globaal twee maanden de tijd nodig om een Vulcan volledig met de hand te vervaardigen. Croft: ”Een en ander is afhankelijk van hoe de klant zijn Vulcan samenstelt, want ja... net als onze straatauto’s is het model geheel naar klantenwens aankleden. Er zijn klanten die al hebben aangegeven niet met hun Vulcan te gaan rijden. Die personen nemen de auto in hun collectie op. En ja, er is vraag naar homologatie voor de openbare weg. We kijken ernaar, maar hebben daarover nog geen besluit genomen. In tegenstelling tot de Ferrari FXX K en McLaren P1 GTR hebben wij geen straatauto als uitgangspunt genomen, waardoor het een hels karwei is om de Vulcan straatlegaal te maken.”

Aston 10
Aston 10

De Vulcan moet een brute sportwagen zijn, want de autobouwer stuurt de klanten niet direct met het volle vermogen het circuit op. In eerste instantie laat de fabrikant kopers kennis maken met 500 pk, om dat vervolgens op te voeren tot 700 en later uit te komen op de beoogde 800+ pk. Dat vermogen wordt gehaald uit een tot 7,0 liter opgeboorde V12-motor - een tank van 120 liter is een geruststellende gedachte - uit de GT3-racer van Prodrive.

Hij zet zijn trekkracht via de achterwielen op de weg, waarbij een sequentiële zesversnellingsbak in de achteras voor de overdracht zorgt. De transmissie laat zich middels schakelflippers aan het stuur bedienen. Anders dus dan de vaste flippers op de stuurkolom, zoals Aston Martin steevast toepast. ”De overbrengingsverhouding van de besturing is dermate kort dat je niet hoeft over te pakken in bochten”, geeft Croft aan, die eraan toevoegt dat je in een dergelijke auto alle functies op het stuur wilt hebben. Zo bevinden zich de startknop en bediening van de intercom ook op het wiel."

In het interieur staan twee stoelen. De rechter staat vast op de vloer. Het exemplaar voor de bestuurder kan in lengterichting worden verschoven. Verstelbare pedalen zijn eveneens aanwezig. Je kijkt overigens door een voorruit van polycarbonaat. Die is 250 keer sterker dan een glazen exemplaar en weegt maar de helft. Dat is een detail waar de klanten van houden, stelt de productchef. Vandaar dat alle zichtbare delen altijd met zorg zijn afgewerkt om het kwaliteitsgevoel te versterken. Een koper moet zien waarom de Vulcan dik 2,1 miljoen euro kost.

"Een koper moet zien waarom de Vulcan dik 2,1 miljoen euro kost"

Het is een monster om te zien, mede door de enorme achterspoiler, waarop bijkans een partij tafeltennis kan worden gespeeld, en de forse diffuser. Volgens Simon Croft genereert de Vulcan bij 160 km/h een downforce van 324 kg. Op topsnelheid maar liefst 1.362 kg, zo wijzen berekeningen uit. Imponerend zijn de sidepipes. Daaruit komen heuse vlammen. Tijdens terugschakelen wordt voor het effect wat extra brandstof ingespoten.

Voor de Vulcan levert Aston Martin drie setjes banden: regenbanden en slicks met een zachte en harde compound. Op de vooras monteert de fabrikant 305/30ZR19-banden, achter schoeisel in de maat 345/30ZR19. Het remsysteem is instelbaar, waardoor de bestuurder de krachtverdeling over de 380 mm grote remschijven vóór en 360 mm grote exemplaren achter handmatig kan regelen. De topsnelheid is afhankelijk van de banden en de set-up van het onderstel. Hij doet dik 320 km/h.

Aston Martin start begin volgend jaar met zijn klantenprogramma. Dan kunnen eigenaren van een Vulcan zich gedurende drie jaar op circuits als Misano (Italië), Paul Ricard (Frankrijk), Nardo (Italië) en Spa-Franchorchamps (België) uitleven. Tenminste, als de koper dat wil. Niets is verplicht. Croft verwacht dat er kopers zijn die de auto direct in hun privémuseum zetten, maar een deel gaat daadwerkelijk rijden. Een aantal klanten heeft reeds een tweede set bodypanelen besteld. Zo staat de track-car er spik en span bij in de garage, terwijl op het circuit met een andere koets naar believen kan worden geracet.