Ferrari’s, Lamborghini’s, Bugatti’s en Pagani’s. De droomgarage is zo gevuld met hypercars. Maar niet iedereen heeft de financiële spierballen van Jay Leno. Met vijftien mille per auto komt testredacteur Peter Hilhorst ook een eind.

nissan_sunny_gti-r_1

NISSAN SUNNY GTI-R (1990-1994)

Voor de eerste auto moet u waarschijnlijk even slikken. Echt waar, ik zet zonder schaamte een Nissan Sunny GTI-R in een van mijn parkeervakken. Een brave Japanse hatchback omgetoverd tot een Manga-personage. Met zijn idioot grote luchthapper op de motorkap, zijn iele 14-inch wieltjes en zijn hoogslaper boven het achterraam. Waanzinnig. De specificaties ook, zelfs nu nog. Met 220 pk, 267 Nm en 4WD knalt hij in amper vijf tellen naar 100 km/h. Ik heb altijd een zwak gehad voor het rallykanon. En ja, ik weet dat een Lancia Delta Integrale en een Mitsubishi Lancer Evo véél beter rijden. Desondanks wil ik een Sunny GTI-R. Al heel lang. Als arme student ging ik zelfs in mijn zondagse pak naar de bank voor een lening om een Sunny GTI-R te kunnen kopen. U raadt het al. Binnen twee minuten stond ik weer buiten. Geen cent rijker, wel een illusie armer.

Drift M5

BMW M5 (1998-2003)

Naast een rallyspecial moet ik een sportcoupé of supersedan hebben. Dan kom je al snel bij BMW uit. Ik adoreer een M3 CSL, maar die is te duur. Ook de eigenzinnige Z3 M Coupé is voor vijftien mille helaas niet te vinden. De lekkerste BMW voor dat bedrag is de M5 uit de E39-modelserie. Ik vind het zelfs de best rijdende M5. Op een regenachtige nazomerdag kwam ik tot deze conclusie. Ik zat aan het stuur en de eigenaar bemande de passagierstoel. Hij stelde na een paar rondjes op een testbaan voor het esp eens uit te zetten. Ik begreep zijn hint en juichte van binnen. Ik wachtte eigenlijk stiekem op het juiste moment om dat voor te stellen, maar vond het nog te vroeg. De man zag dat ik helemaal weg was van zijn auto. De V8-brul, de eerlijke besturing, de fijne handbak en het speelse weggedrag. De 400 pk sterke supersedan smeekte elke meter om een ondeugende glijpartij, zeker in de regen. Samen dansten we over het asfalt en sindsdien wil ik er eentje. Wat een onweerstaanbare driftmachine.

Honda S2000

HONDA S2000 (1999-2009)

Natuurlijk is er een plaats voor een roadster ingeruimd om de laatste zonnestralen van de dag mee te vangen. De ultieme uitwaaimachine. Start de motor maar eens, het spektakelstuk van de Honda. Kalm bij lage toeren en opzwepend wild als je durft door te halen. Mechanische perfectie in een heerlijk strak zittende bodysuit. De S2000 verkoopt zichzelf. Jank de viercilinder één keer richting de begrenzer bij 9000 toeren per minuut en je bent volledig overtuigd. Of in de war, dat dit in een straatauto mogelijk is. Zo puur, zo rauw en toch zo technisch verfijnd. Een atmosferische hoogtepunt, waarbij de huidige turbogeneratie qua beleving hopeloos is. Uiterst venijnig stormt de viercilinder met 240 pk door zijn VTEC-zone. Dan lijkt de omgeving ineens tweemaal zo snel voorbij te vliegen en verwacht je dat de viercilinder uit elkaar spat. Gebeurt niet, Honda heeft een formidabele reputatie. Maar het is niet alleen die racemotor, de S2000 klopt helemaal. De fijnzinnige besturing, de hard aanvoelende pedalen en de korte pook. Instinctief bedien je een S2000, als een pianist die met de ogen gesloten vol overgave zijn vleugel bespeelt. Een roadster zoals ze niet meer gemaakt worden. Die moét ik hebben.