Ook zo genoten zondag van de Andere Tijden Sport over Arie Luyendijks overwinning in de Indy 500 van 1990? Het riep bij mij een vraag op. Waarom zijn coureurs van die generatie toch zulke helden als je ze afzet tegen de rijders van nu?

1990-Luyendyk


Natuurlijk is dat een volstrekt subjectief oordeel. Zelf was ik vijftien jaar oud toen Arie op de speedway zijn legendarische overwinning pakte. Zien konden we er niks van. Althans niet tot de Heilige Koe er een week later iets van uitzond. Daar zagen we hoe Arie in een gemiddelde van bijna 300 kilometer per uur in zijn Lola Chevrolet naar de zege reed. Gevestigde grootheden als Emerson Fittipaldi en Bobby Rahal achter zich latend. Allemaal genoeg redenen voor heldendom, maar het ging dieper. Besef ik nu.

Luyendijk is onderdeel van een generatie die heel anders carrière maakte als de huidige toppers in de autosport. Geboren als zoon van racer Jaap zat bij Arie autosport net zo in zijn bloed als bij Max Verstappen. Alleen daar houdt de vergelijking op. Wist Jos Verstappen exact met wat en waar hij Max moest laten rijden en had hij - niet onbelangrijk - het geld om dat te organiseren. Ome Jaap kon zijn zoon een stuk minder ver op weg helpen. Arie mocht meerijden op de raceschool en verder moest hij zelf zijn weg en sponsors zoeken.

"De verhouding glorie versus verlies was zo scheef als de neus van Alain Prost"

Het resultaat was een vroege carrière zoals veel jongens van zijn generatie hadden. Of je het nu hebt over Jan Lammers, Nigel Mansell of  Gerhard Berger. Allemaal hadden ze in meer of mindere mate te maken met zitjes in de verkeerde auto’s, imploderende budgetten en ‘wat als mijn auto wel heel was gebleven’ resultaten. Met een solide laag eelt op de ziel ging Luyendijk naar de VS om daar alleen door stug vol te houden zijn gloriemoment te scoren. Geen wonder dat hij er nog emotioneel van wordt als die mooie meidag van 1990 ter sprake komt. De verhouding glorie versus verlies was zo scheef als de neus van Alain Prost en dat laat zijn sporen achter.

De sport nu is niet harder, maar wel heel anders. Talenten gaan al als jochies een talentenprogramma van Red Bull of een grote fabrikant in. Vanaf dat moment is alles voor ze betaald en wordt alles voor ze geregeld. Ze hoeven niet tot vervelens toe achter sponsors aan of hoeven zoals Mansell hun huis te verkopen om te kunnen racen. Maakt dat het makkelijker voor ze? In eerste instantie wel, maar vergis je niet in de hardheid die de racerij nog steeds kenmerkt. Alleen al Red Bull liet een spoor aan afgedankte junioren achter. Net in de twintig en dan al loopbaan voorbij, dat is ook keihard. Vraag maar aan Jaime Alguersuari. Alleen is het niet heroïsch. Niet zo als heldhaftig als Arie en zijn strijdmakkers waren. Wie hem zondag heeft gemist, kijk hier terug om te zien wat ik bedoel