Was vroeger in de autosport alles beter? Nee, maar het ging er allemaal wel een stuk minder braaf aan toe voor marketeers de baas werden over raceteams. Voormalig toerwagencracks Harald Grohs (72) en Leopold von Bayern (73) kijken met afgrijzen naar hun opvolgers die door de mediatrainer voorgekauwde antwoorden geven. Of nog erger, na een gewonnen race zo snel mogelijk naar huis willen om te tuinieren.

Leopold prins van Beieren (l.) en Harald Grohs. Historic Grand Prix Zandvoort 2016 Voor Journaal

Leopold prins van Beieren (l.) en Harald Grohs. Historic Grand Prix Zandvoort 2016

De twee hebben de leeftijd om op een comfortabele stoel voor een camper te zitten mijmeren. Maar wie hun verhalen hoort, snapt dat deze twee oud-fabrieksrijders van BMW niet zo goed zouden passen op de camping. De vintage racers hoeven zich geen zorgen te maken over een saaie oude dag. Ze stonden onder contract in de tijd van de grote race-iconen. Van de ‘Batmobile’ CSL, de 635 CSi tot de eerste M3. BMW vraagt ze regelmatig terug om de auto’s uit die gouden tijd van het toerwagenracen te demonstreren. Zoals afgelopen weekeinde tijdens de Historische GP in Zandvoort.

Prins Leopold

"Naast de baan waren we vriendschappelijk en collegiaal, op de baan was het net als nu: ieder voor zich", vertelt Grohs over vroeger. "Nou ja, meestal. We hebben ook weleens een maat die er helemaal niet uitkwam met zijn afstelling geholpen. Dan liet je zien hoe bij jou de stabilisator stond afgesteld. In een tijd voor telemetrie kon dat enorm helpen." Von Bayern – officieel zkh prins Leopold en voor racevrienden ‘Poldi’ – knikt instemmend.

"Het was dezelfde sport, maar in veel opzichten een andere wereld"

"Het was dezelfde sport, maar in heel veel opzichten een andere wereld. Toen ik begon met heuvelklimmen, sliep ik naast mijn raceauto in een tent. Zo leerde je wel voor je materiaal zorgen. Ik denk niet dat veel 'Werksfahrer' nu ooit in een tent hebben gelegen. Die jongens hoeven helemaal niets meer zelf te doen. Ja, instappen wanneer het team de auto voor ze klaar heeft gezet."

Nachtclubs

De twee vrienden haasten zich om te zeggen dat zeker niet alles beter was dan nu. Maar in één opzicht vinden ze hun generatie zeer te prefereren boven de huidige. Deze twee fabrieksrijders konden nog gewoon zeggen wat ze vonden. En tot op zekere hoogte doen wat ze wilden. Hoe anders was het mogelijk dat Grohs een aantal jaar eigenaar was een aantal nachtclubs met vijftienhonderd danseressen op de loonlijst? Dames waar je als bezoeker niet alleen naar mocht kijken.

"Niemand schreef mij voor wat ik moest doen of zeggen"

"Niemand schreef mij voor wat ik moest doen of zeggen", vertelt Grohs met een ondeugende glimlach. "Kom daar nu maar eens om. Al die 'Werksfahrer' klinken precies hetzelfde. Ze bedanken het team na een overwinning en zeggen hoe goed de auto was. Daar is toch niks aan. Pascal Wehrlein was vorig jaar in de DTM het ergst. Die vertelde elk weekeinde precies hetzelfde. Vettel is er ook zo eentje. Die gaat na elke race liefst zo snel mogelijk naar Zwitserland om in zijn tuin te werken."

Max Verstappen

Zonder dat we erom vragen komen de racende vrienden met een uitzondering op de regel: Max Verstappen. Enthousiast stellen ze vast dat die jonge Nederlander tenminste nog wel zegt wat hij denkt. Ook al is dat niet altijd even tactisch. "Het is een frisse wind in deze brave tijd", stelt de oudgediende met een tweede minder vlijende bijnaam: Drehopold. "Laten ze hem bij Red Bull alsjeblieft geen mediatraining geven."