Autovisie
Autovisie Koopwijzer 4 okt 2020

Koopwijzer: occasion Citroën 2CV (1948-1990)

Wat begon als goedkoop vervoer voor de massa groeide uit tot een van de meest succesvolle Franse auto’s aller tijden. Op zoek naar een leuk hobby-project in deze vreemde tijden? Denk dan eens aan een Citroën 2CV!

Het succesverhaal van de Citroën 2CV begint in 1937 met het Très Petite Voiture (TPV) prototype en eindigt in 1990 met de productie van het allerlaatste model in Portugal. Met zijn lichtgewicht constructie, veercomfort, voorwielaandrijving en zuinige motoren was de kleine Citroën zijn tijd ver vooruit en onder het minimalistische koetswerk is het een verrassend doordachte auto. Van de oorspronkelijke 5,1 miljoen geproduceerde exemplaren zijn er niet veel meer over en daardoor beginnen de prijzen van de overlevende auto’s langzaam maar zeker te stijgen. Toch is het nog altijd mogelijk om voor betrekkelijk weinig geld een bruikbaar exemplaar te bemachtigen en wie zich vooraf goed verdiept in de zwakke punten, koopt voor acceptabele prijzen een iconische klassieker die wordt ondersteund door een mondiaal netwerk van clubs, liefhebbers en gespecialiseerde garagebedrijven.

Carrosserie

Het 2CV-koetswerk is legendarisch minimalistisch met flinterdunne deuren, opklapbare halve ruiten en een roldak. Vroege modellen hebben een ribbelkap, zelfmoorddeuren (‘vlinderdeuren’ in het Frans) en vier ruiten. De facelift van 1960 brengt een lange motorkap, in 1962 verschijnt de ‘Mixte’ met grote achterklep en neerklapbare achterbank en in 1965 krijgen de luxere modellen een derde zijruit. Roest is het grootste aandachtspunt, bijvoorbeeld aan de voorruitomlijsting, de aansluiting van de voetenbak op het chassis, de lasnaden boven de achterspatborden en de randen van de laadvloer en de reservewielbak. Ook de dorpels zijn een bekende zwakke plek en het is belangrijk dat herstelwerkzaamheden deskundig worden uitgevoerd. Roestige spatborden, deuren en bumpers zijn minder problematisch, want die zijn eenvoudig te vervangen.

Motor

Alle bouwjaren hebben een luchtgekoelde tweecilinder boxermotor. Het A-model van 1948 heeft 375 cm3 (8 pk), in 1954 volgt een 425 cm3 metende versie (12-18 pk) en in 1963 maakt een 602 cm3 motor (21 pk) zijn opwachting. In 1970 verschijnen de 2CV4 (435 cm3/24 pk) en de hoogtoerige 2CV6 (602 cm3/28 pk). In 1979 volgt een zuinigere en tammere 602 cm3-variant met 29 pk die tot 1990 in productie blijft. Met regelmatige oliewissels en een goed werkende oliekoeler en koelventilator gaan de boxermotoren lang mee en mocht het misgaan, dan zijn de kosten van een motorrevisie meestal overzichtelijk.

Transmissie

Met standaard voorwielaandrijving en een vierversnellingsbak was het model in 1948 erg vooruitstrevend. Afhankelijk van het bouwjaar en de uitvoering heeft de 2CV een normale of een centrifugale halfautomatische koppeling. De paraplubediening en het schakelschema kunnen onervaren bestuurders op de proef stellen, maar met wat oefening moet het vlot lukken om kraakvrij te schakelen. Zo niet, dan ligt dat meestal aan slijtage en dan helpt alleen reparatie of revisie. Ook kan de versnellingsbak vastslaan door te hard achteruit rijden.

Interieur

Ook het interieur brengt autorijden terug naar de basis. Het dashboard bestaat uit een ogenschijnlijk willekeurig gemonteerde collectie instrumenten, schakelaars en trekknoppen. Oermodellen hebben een metalen tweespaaks stuur en handbediende ruitenwissers en het duurt erg lang totdat ‘luxe zaken’ zoals een verlichte snelheidsmeter (1955) en veiligheidsgordels (1964) in de specificatielijst verschijnen. De uitneembare banken/stoelen met hangmatconstructie zijn een fundamenteel onderdeel van het veercomfort. Controleer de toestand van de verwarmingspotten en de kachelslangen, want die bepalen grotendeels de werking van de verwarming.

Onderstel

De 2CV heeft een separaat chassis met chassisbalken, vloerplaten en rondom onafhankelijke wielophanging. De belangrijkste vijand is structurele roest en in extreme gevallen kan het chassis zelfs doorzakken. Afhankelijk van de plaats en de hoeveelheid van de roest is repareren een optie; uit economisch oogpunt is een nieuw chassis soms de beste keuze, met de kanttekening dat de kwaliteit, de pasvorm en de prijzen sterk variëren. De oudere 2CV’s hebben een uniek veersysteem met frotteurs en batteurs die werken op basis van wrijving en massatraagheid. Vanaf eind jaren zestig wordt dit geleidelijk vervangen door telescopische schokdempers. De voor- en achterwielophangingen zijn met elkaar verbonden door middel van trekstangen en veerpotten en voor een soepele veerkarakteristiek is een goede smering en afstelling vereist. Andere aandachtspunten zijn versleten fuseepennen en de wiellagers.

Welke moet ik hebben?

De 2CV is er als personenauto, bestelauto en pick-up. Daarnaast zijn er afgeleide modellen (Ami, Dyane, Méhari) en kitcars (Burton, de Le Patron, Lomax). De Berline is verkocht als A/AZ/AZL/AZLP/AZAM en later als Spécial/Club/Charleston. Ook zijn er actiemodellen zoals de Spot, Transat, Dakar, Dolly, Perrier en James Bond. De oudste bouwjaren hebben het soepelste onderstel, de traagste motoren en de hoogste prijzen, de jongere bouwjaren zijn goedkoper, minder langzaam en over het algemeen het gunstigst geprijsd. Daarnaast profiteren de jongere modellen van een betere en betaalbaardere onderdelenvoorziening.

Moet dit hem worden?

Van een voordelig vervoermiddel voor de massa is de Citroën 2CV uitgegroeid tot een gekoesterde liefhebbersauto die een geheel eigen koperspubliek trekt. De vormgeving en rijeigenschappen roepen nog steeds uitgesproken meningen op: sommige mensen vinden een 2CV helemaal het einde en anderen vinden het helemaal niets. Door de eenvoudige constructie, de soepele vering en de ontspannen prestaties is het een heerlijke onthaastmobiel én een leuke auto voor iedereen die op een laagdrempelige manier zelf aan een klassieker wil sleutelen.

TIJDLIJN
1937 – TPV-prototype
1948 – 2CV
1954 – 425 cc
1958 – 4×4 Sahara
1960 – Facelift
1962 – Mixte
1963 – 602 cm3
1966 – Derde zijruit
1969 – 12V
1970 – 2CV4 & 2CV6
1975 – Rechthoekige koplampen
1982 – Schijfremmen voor
1990 – Einde productie

Citroën 2CV

Onderdeelprijzen

Remschoenen voor, per set vanaf € 25,–
Revisiemotor (602 cm3), met inruil vanaf € 800,–
Gereviseerde versnellingsbak, vanaf € 500,–
Koppeling compleet, € 125,–

Nieuw linnen dak (binnensluiting) vanaf € 150,–

Nieuw chassis, vanaf € 700,–
Michelin Collection X, 125 R15, per stuk vanaf € 132,–

Prijzen zijn inclusief btw en exclusief montage.

Onderhoudskosten

Kleine onderhoudsbeurt vanaf € 100,–

Grote onderhoudsbeurt vanaf € 175,–

Het onderhoudsinterval is 5000 km/1 jaar.

Denk ook eens aan een…

Citroën Dyane (1967-1983)
De beoogde opvolger van de 2CV heeft een hoekig koetswerk, een grote achterklep en het luxere dashboard van de Ami. Erg succesvol werd het model niet en tegenwoordig is het een betaalbaar en eigenwijs alternatief voor een ‘gewone’ 2CV. 2500-7000 euro

Renault 4 (1961-1992)
De Renault 4 werd ontwikkeld als tegenhanger van voor de 2CV. Het model heeft een watergekoelde viercilindermotor, een volwaardige achterklep en soepele torsievering. De R4 bereikte nooit dezelfde mondiale cultstatus, maar is desondanks een charmante Franse klassieker. 1000-9000 euro