Vijf redenen waarom je een klassieker (niet) moet elektrificeren

Steeds meer bedrijven besluiten om klassiekers te elektrificeren. Van de Volkswagen Kever tot de Ford GT40; bijna elke week wordt er wel een ander icoon van een volledig elektrische aandrijflijn voorzien. We geven je vijf redenen waarom je dat (niet) moet doen.

Dat elektrificeren gebeurt overigens niet altijd op dezelfde manier. Soms gaan bedrijven aan de haal met een zo goed als originele auto, óf ze bouwen een replica van een klassieker die ze uitrusten met een elektrische aandrijflijn. Én er is nog een tussenweg, waarin een originele auto als basis wordt gepakt, waarbij zo goed als alle onderdelen verstevigd en gemoderniseerd worden. Maar waarom moet je het (niet) in je hoofd halen om een van die drie manieren uit te voeren?

Min: ziel gaat verloren

Klassieke auto’s hebben een ziel. Niet alleen door hun vaak prachtige en geliefde ontwerpen of tijdgebonden interieurs, ook door hun bijna antropomorfe aandrijflijnen. Ze puffen en zuchten, laten je door hun geluid weten hoe ze zich voelen. Een klassieker hoor je te ruiken, de motor in een oldtimer moet je horen en voelen. Het is een enorm belangrijke onderdeel van de klassieker-ervaring. Leg je er een elektromotor in, dan gaat dat vrijwel allemaal verloren.

Vloeken in de kerk? Ford GT40 gaat volledig elektrisch

Everrati Ford GT40

Min: heiligschennis

Veel klassiekers worden bovendien geliefd om hun waanzinnige motoren. De prachtige Colombo V12’s in Ferrari’s bijvoorbeeld, of de waanzinnige V8-motoren die Ford in de GT40 lepelde. Het verwijderen van zo’n magistrale motor is eigenlijk heiligschennis. Ga je er dan mee rijden, dan komen we terug op bovenstaand punt.

Plus: behoud voor de toekomst

Maar wie een elektromotor in een klassieker lepelt, weet wel 100 procent zeker dat-ie er in de verre toekomst nog de weg mee op kan. Oude auto’s worden steeds vaker geweerd uit binnensteden, maar wellicht komt er binnen afzienbare tijd ook wel een algeheel verbod op het rijden met auto’s met een ouderwetse verbrandingsmotor. En dus is het helemaal geen slecht idee om klassiekers, die niet per se worden geliefd door hun fantastische of bijzondere motor, van een elektrische aandrijflijn te voorzien.

Klassieker: Porsche 356 komt terug als elektrische auto

Plus: alledaagse auto

En het leuke is dan dat je je klassieker als dagelijkse auto kunt gebruiken. Doe je dat met een originele oldtimer met gevoelige verbrandingsmotor, dan heb je er waarschijnlijk ontzettend veel werk aan. Een elektrische aandrijflijn behoeft bijna geen onderhoud. Lepel je zo’n aandrijflijn in je klassieker, dan kun je dus dagelijks rondrijden in een prachtige oldtimer.

Min: gewicht

Toch blijft zo’n aandrijflijn problematisch voor een groot aantal klassiekers. De reden dat we zo graag rijden met bepaalde auto’s van weleer, is omdat ze een stuk lichter en compacter zijn dan auto’s van nu. Kijk naar het huidige Mini-gamma en vergelijk het gamma met de legende die door Alex Issigonis werd ontworpen. Kortom: veel klassiekers zijn – vergeleken met vandaag – nog heerlijke gooi- en smijtauto’s. Leg je er een batterij in, dan worden ze ontzettend zwaar. Bovendien is er lang niet altijd plek in een compacte klassieker voor een hoop batterijen, waardoor je óf de gewichtsverdeling verstoort, óf geen ruimte meer hebt om er met meer dan twee mensen in te zitten.

E-Legend EL1 is elektrische ode aan legendarische Audi Sport quattro

De E-Legend EL1 weegt bijna 1700 kg door z’n elektrische aandrijflijn.
Reageer op artikel:
Vijf redenen waarom je een klassieker (niet) moet elektrificeren
Sluiten