Hoe vaak je moet knipperen met richtingaanwijzer bij rijstrookwissel
Drie keer, een keer, of helemaal niet – op de Nederlandse snelweg zie je allerlei knippergewoonten. Maar wat is eigenlijk correct? Hoe vaak moet je je richtingaanwijzer gebruiken bij een rijstrookwissel? We leggen de vraag voor aan het CBR.
Door de richtingaanwijzerhendel niet helemaal door te drukken, geef je kort richting aan. Vaak knippert de richtingaanwijzer op deze comfortknipperstand drie keer.
Hoe vaak je moet knipperen bij een rijstrookwissel
Hoe vaak je moet knipperen met de richtingaanwijzer bij een rijstrookwissel is niet in de wet beschreven. “Er is geen regelgeving die beschrijft wanneer het teken mag/moet beginnen of wanneer het teken moet ophouden. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de bestuurder”, laat Nanda Troost van het CBR weten aan Autovisie.
Zo gebruik de richtingaanwijzer wenselijk
Toch zijn er wel enkele regels en richtlijnen die je aan kunt houden. “Het wenselijke gedrag is dat je de richtingaanwijzer gebruikt als communicatiemiddel, zodat je voorspelbaar blijft in het verkeer. Dus voor je de zijdelingse verplaatsing inzet een paar keer laten knipperen en pas uitzetten als de verplaatsing is afgerond”, stelt Troost.
Kortom, zet de richtingaanwijzer aan voor je van rijstrook wisselt en pas uit als de actie is afgerond. Zo is het voor het overige verkeer duidelijk hoe jij beweegt over de weg. Let wel, op een rotonde moet je op een andere manier richting aangeven.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.autovisie.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2024%2F07%2FStijn-Kuster1703-e1720450327879.jpg)